Stress snel oplossen: zo reset je je hersenen

Ik vind het, net zoals misschien ook jij, een uitdaging om grenzen te trekken en te stoppen met werken als ik me opgejaagd en tegelijkertijd vermoeid voel. Ik weet natuurlijk dat doorgaan niet goed is, maar toch blijft het lastig. Grote kans dat jij dat herkent. Het is namelijk een van de grootste valkuilen van de werkende mens die te veel te doen heeft: nog harder gaan werken, nog minder nee zeggen. Niet alleen zorgt dat voor meer fouten, maar het kan ook voor jezelf grote problemen veroorzaken, zoals oververmoeidheid of burnout.

Als ik me zo opgejaagd voel (zoals de afgelopen dagen) probeer ik terug te halen welke tips en adviezen ik mijn gestreste cliënten geef. Het feit dat het tips voor mijn cliënten zijn hoe ze stress snel oplossen gebruik ik ook als stok achter de deur: ik kan het niet maken om deze tips zelf niet op te volgen. Een voordeel is bovendien dat ik zelf ondervind dat het helemaal zo dom niet is wat ik vertel ;-).

Dit zijn mijn persoonlijke top 3 van snelle helpers:

1. Beweeg, juist als je het druk hebt

Ik heb sporten altijd gehaat. Ik ben er ook niet bijzonder goed in (en dan zeg ik het netjes). Maar ook ik heb moeten inzien dat het toch echt helpt. Juist als het druk is. Het argument dat je er geen tijd voor hebt is in feite geen argument, want na het sporten werk en denk je zoveel helderder, sneller en frisser, en voel je je zo veel beter. Met andere woorden: Jouw tijdsinvestering betaalt zich snel weer terug.

Mij helpt vooral dit om toch af en toe te sporten: ik denk eraan hoe ik me ga voelen na mijn yogales: lichter, trots en tevreden, rustiger en met een voldaan gevoel. En opgelucht, omdat het nu weer goed is voor een paar dagen.

Wat helpt jou om toch te gaan bewegen?

2. Maak regelmatig een korte pauze

Afgelopen weekend verscheen in NRC een artikel over het belang van micropauzes, dus pauzes van een paar minuten. Daar ben ik een grote fan van. De positieve werking van deze korte pauzes is onbetwist. Neurowetenschapper Marcia Goddard zegt in NRC: “Onze hersenen hebben een aandachtsspanne van ongeveer veertig minuten, onafhankelijk van opleidingsniveau en IQ. Daarna schakelt het brein een tandje terug en verliezen we focus, wat het werk niet ten goede komt. Door de pauzeren reset je de hersenen.”

Dus: sta elk uur even op, haal iets te drinken, ga naar het toilet of staar uit het raam. Een paar minuten zijn voldoende, als je maar weggaat van je computer of van het werk, dat je aan het doen bent. Maar: op je telefoon kijken telt niet als pauze, want dan blijven jouw hersenen bezig.

3. Doe leuke dingen

Als je mijn artikelen vaker leest, of bij mij in coaching bent geweest, dan zal je dit bekend in de oren klinken: juist als het druk of moeilijk is, is het belangrijk om leuke dingen te doen. Dus niet alleen uitrusten en slapen, dat ook, maar ook fijne, plezierige belevenissen opzoeken: met vrienden afspreken, naar het toneel of de film gaan, een bad nemen …. Bij grote inspanning is het nodig om je batterij weer op te laden. Energie creëer je door dingen te doen die je boeien, plezier geven, waar je van geniet. Dus: doe elke dag iets leuks!

Wat ga jij vandaag doen?

Wat als dit niet meer genoeg is?

Is dit allemaal niet meer genoeg? Merk je dat er meer nodig is om uit de drukte te stappen? Neem dan contact op met mij voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Daarin gaan we jouw situatie grondig analyseren. Vervolgens ga ik je mijn inschatting geven van wat ik denk dat nodig is voor jou om je weer krachtig en gezond te voelen, en hoe je dat kunt aanpakken.

 

Wat mij in Peru gebeurde

Ik kom net terug van vakantie, van een heerlijke reis door Peru. Wij hebben ook een aantal schitterende koloniale steden bezocht (bijvoorbeeld Ayacucho, een aanrader!) en genoten van wandelingen door de stad. Althans, meestal. De stoep is er namelijk nogal smal, en er staan zo ongeveer elke 20 meter lantarenpalen en andere hindernissen op. Resultaat: De helft van de tijd liep ik op straat, omdat ik mensen moest ontwijken.

Op een gegeven moment was ik het zat om altijd diegene te zijn die een stap opzij deed. Daarom begon ik te experimenteren: ik keek de mensen die mij tegemoet kwamen niet meer aan. En meteen veranderde alles! Mensen gingen mij uit de weg en ik kon gewoon op de stoep blijven lopen zonder ooit een stap opzij te doen. Best een rare gewaarwording.

Ik besefte weer dat wij onbewust continue onze omgeving scannen: Wat gebeurt er allemaal? Is er een obstakel of gevaar? Moet ik er iets aan doen?

Onbewuste communicatie

Maar er is meer: er vindt ook een onderlinge, ongemerkte communicatie plaats. De signalen die jij uitzendt en van de ander krijgt maken dat er als vanzelf een ‘werkverdeling’ ontstaat tussen jou en de ander.

Op de straten van Ayacucho ontstond daardoor een dans tussen de Peruanen (die net zo goed als ik opletten) en mij: nooit botsten wij, altijd “wisten” wij of wij actie moesten ondernemen of niet, omdat de boodschap altijd duidelijk was: “Geen zorg, ik let wel op”, of “Ik ben afwezig, neem jij actie”.

Waarom ik dit vertel? Vanochtend op de fiets dacht ik opeens dat dit een mooi voorbeeld is voor een fenomeen dat overal speelt, ook op de werkvloer: Wij zijn alert, trekken conclusies en communiceren deze, vaak zonder het te merken. Het gevolg: De “waakzame” mensen onder ons, diegenen die graag willen dat alles goed loopt, dat zijn diegenen die over het algemeen grondig scannen en vaak actie nemen, dus veel vaker op de gevaarlijke weg lopen. Het zijn ook diegenen die een veel groter risico lopen om uitgeput te raken.

Hoe kan je dit helpen?

Herken je dit bij jezelf? Doe jij vaak dingen die je eigenlijk niet wil, en irriteert het je dat anderen het niet oppakken? Dan zou het heel goed kunnen dat jij vaak het signaal afgeeft dat je wel oplet, dat je wel zorgt voor een oplossing. Net zoals de Peruanen mij niet met opzet op straat lieten lopen, zo doen jouw collega’s (of cliënten, opdrachtgevers, gezinsleden) dit over het algemeen niet expres of kwaadwillig. Ze doen het, omdat het diep in ons systeem zit dat wij zo makkelijk en met zo weinig inzet mogelijk (en dus zonder energieverlies) door het leven willen gaan. Dat is geen luiheid, dat is een natuurlijke reactie.

Wanneer loop jij, figuurlijk gesproken, op de gevaarlijke straat in plaats van op de stoep? Geef jij wellicht de boodschap dat jij het wel regelt, dat jij wel oplet?

Ga er dan mee spelen: probeer uit wat er gebeurt als je dat niet meer doet, als je echt afwezig bent. Grote kans dat andere mensen in je omgeving het wel oppikken. Let wel: je moet dit echt doorzetten, want het werkt alleen als je echt he-le-maal niet oplet! Een blik, en de ander ontwijkt je niet.

Hiermee spelen en experimenteren is het begin van een andere en vaak betere samenwerking, van gedeelde verantwoordelijkheid, van minder stress.

Roept dit vragen op bij jou? Of heb je een andere vraag of twijfel? Neem dan contact met mij op, ik help je graag verder.

Denk je ook dat jij alles moet oplossen?

Als ik een lijst moet maken van de vaakst voorkomende stressveroorzakers, dan zitten aannames over wat anderen van je verwachten of denken hoog op de lijst.

Dat zag ik weer toen ik afgelopen week spraak met Kees, die het altijd enorm druk heeft. Gaandeweg het gesprek ontdekte hij dat hij altijd alle problemen in zijn omgeving oploste, omdat hij dacht dat dat van hem verwacht werd. Gevolg: hij werkte heel hard. Bovendien irriteerde het hem enorm dat anderen zo weinig deden en hem al het vuile werk lieten opknappen.

Al gecheckt of het klopt?

Kees nam, zoals wij dat allemaal doen in groepen, een bepaalde rol op zich, in zijn geval die van probleemoplosser. Een rol waar hij helaas last van kreeg.  Hij kon er zich echter niet van bevrijden omdat hij ervan uitging dat hij de verwachtingen van anderen moest vervullen.

Alleen: hij had nooit gekeken of zijn collega’s deze verwachtingen ook echt hadden.

Welke rol je op je neemt heeft met veel dingen te maken. Bijvoorbeeld met jouw persoonlijkheid, geschiedenis, voorkeuren, omgeving en ook jouw aannames van wat anderen van je denken of van je verwachten.

Check je soms of deze aannames ook echt kloppen?

Dat denkt de probleemoplosser dat de anderen denken

Probleemoplossers zoals Kees hebben bijvoorbeeld deze gedachtes:

  • Als ik het probleem niet oplos, denken mijn collega’s dat ik het niet kan.
  • Als ik het probleem niet oplos, dan denken mijn collega’s dat ik niet deug.
  • Er mag niets mis gaan!
  • Als ik het niet doe, doet niemand het.
  • Mijn collega’s moeten toch zien dat hier iets mis is! Waarom doet dan niemand iets?

Misschien denken de collega’s dat inderdaad.

Maar de kans is heel groot dat het anders zit.

Dat denken de anderen echt

De gedachtes van de collega’s van de probleemoplosser gaan waarschijnlijk eerder zo:

  • Laten we Kees het probleem oplossen, want blijkbaar doet hij het graag.
  • Jammer dat Kees zo onzeker is, terwijl hij zo veel kwaliteiten heeft.
  • Kees maakt zich veel te druk, het is juist gezellig als het niet zo strak georganiseerd is.
  • Wat fijn dat Kees het doet! Dan blijven wij lekker zitten.
  • Wat doet Kees toch hectisch? Ik zie niet wat het probleem is.

Je kunt er ontelbare variaties op bedenken.

Het gevolg van deze niet kloppende aannames? Je creëert problemen voor jezelf die helemaal niet nodig zijn.

Kees bijvoorbeeld was bang dat hij door de mand valt als hij een fout maakt. Hij probeerde te bewijzen dat hij deugt, terwijl daar behalve hem zelf niemand aan twijfelde. En hij hoopte dat, als hij het uitstekend doet, zijn onzekerheid op een gegeven moment vanzelf verdwijnt.

De kans is helaas klein dat dat ook echt gebeurt. In plaats daarvan ontstaat stress.

Doe het anders: 3 tips

  1. Wees kritisch tegenover jezelf. Verwachten anderen iets van je, of verwacht je het zelf?
  2. Vraag anderen wat ze van je verwachten. Je zult verrast zijn wat ze je vertellen.
  3. Ga het testen en vervul de verwachting niet. Let erop wat er dan gebeurt, zowel bij jou als bij anderen. Je moet het wel even verdragen om stil te blijven zitten!

Wil je hierover of over een andere vraag in gesprek gaan met mij? Dat kan natuurlijk altijd. Stuur me een mail, en ik neem contact met je op.

Ik wens je heel veel succes!

Daarom ervaren zelfstandigen stress

Vorige week was mijn mediaweek, zo leek het wel. Meerdere bladen, waaronder NRC, benaderden mij voor een artikel. Heel leuk vond ik dat, en ook vleiend (ik beken: mijn ego was blij toen ik mijn naam in de krant zag staan…).

Het onderwerp van het artikel, het promotieonderzoek van Anne Annink over werk-privé-balans en stress bij zelfstandigen, was bovendien boeiend.

Waarom gelijkheid niet goed is voor de werk-privébalans

Er zijn veel elementen van invloed op het ervaren van balans, zo blijkt uit Anninks onderzoek. Een element, namelijk de mate van gelijkheid tussen man en vrouw, verraste mij eerst, al is het bij nader inzien logisch: In landen waar de gelijkheid groter is, is ook de stress groter, omdat zelfstandigen (en dat zal niet alleen voor zelfstandigen gelden) het gevoel hebben dat ze het op alle terreinen heel goed moeten doen: een goede ouder zijn, een goede ondernemer, een goede vakvrouw of -man, een goede vriendin.

Herken je dat bij jezelf?

Een paar maanden geleden heb ik een artikel hieraan gewijd, met informatie en tips. Let op: Download ook de bijbehorende checklist, omdat deze essentiële informatie bevat.

Hoe controle en keuze samenhangen

Een tweede belangrijke oorzaak is te vinden in de reden waarom iemand zelfstandig is geworden:

  • Wordt je zelfstandig omdat je kansen ziet?
  • Of moet je zelfstandig worden omdat de omstandigheden je daartoe dwingen?

In het eerste geval zal de balans veel beter zijn dan in het tweede geval. Onderzoeker Anne Annink stelt dat het ermee te maken heeft of je iets doet omdat je kansen ziet, of omdat je moet. Dat klopt waarschijnlijk niet alleen voor zelfstandigen, maar voor iedereen.

Daarnaast speelt, zo denk ik, nog iets anders een rol: wij weten uit tal van onderzoeken dat het gevoel van controle een enorme rol speelt bij het ontstaan van stress. Hoe minder (gevoelde) controle, hoe meer stress. Belangrijk is hierbij dat het niet om de feitelijke controle gaat, maar om het gevoel.

Denk bijvoorbeeld aan een huisarts: hij of zij zit in een enorm keurslijf: de hele dag door 10-minuten-consulten, die grotendeels al vaststaan, de rest van de zeer beperkte tijd gaat op aan telefoontjes, huisbezoeken, brieven, administratie en dergelijke. Als huisarts heb je dus over het algemeen maar weinig mogelijkheden om je tijd in te delen. Deze ontbrekende controlemogelijkheid is voor artsen, die daar gevoelig voor zijn (en daar zijn er velen van) soms zwaar te verdragen. Ze voelen zich geleefd.

Wat betekent dat voor jou?

Het is duidelijk: mensen, die niet (kunnen of willen) kiezen hoe ze hun werk doen, maar die zich geleefd voelen door hun omgeving, ervaren over het algemeen meer stress.

Mede daarom is het zo belangrijk dat je goed nadenkt over wat je doet, hoe en vooral waarom je het zo doet. Dus:

  • Probeer zo veel mogelijk een werkomgeving te kiezen die bij je past.
  • Onderzoek wat je in je eigen werk kunt aanpassen zodat je je meer ‘in control’ voelt. Waak echter ook voor te veel controle want dat verhoogt de stress en verlaagt je productiviteit.
  • Ook kleine aanpassingen kunnen veel verschil maken.

Wil je even sparren hierover?

Dan heb ik ook deze maand iets voor je: Ik geef in april weer 2 telefonische strategiegesprekken weg. Daarin bekijken we jouw situatie en jouw vragen en twijfels. Ook laat ik je zien welke strategieën je kunt toepassen om wel een gevoel van controle te krijgen en daardoor minder stress te ervaren.

Zin in? Stuur me dan tot maandag 3 april 2017 een mail. Je hoort snel van me.

 

 

De 7 beste manieren om gestrest te raken

De snelste weg naar stress en chagrijn

Wil je weten hoe je het beste

  • Te veel stress hebt?
  • Chagrijnig wordt?
  • Veel piekert?
  • Slapeloze nachten krijgt?
  • Je druk maakt over van alles en nog wat?
  • Met tegenzin naar je werk gaat?

Deze 7 tips helpen gegarandeerd!

1. Maak geen pauzes

Zo verlies je afstand, wordt je hoofd veel voller en kun je op gegeven moment niet meer onderscheiden wat nou eigenlijk belangrijk is en wat niet.

  • Aanbevolen als je onzeker wil worden.

2. Spring van de hak op de tak

Zo ben je constant bezig, maar maak je niets af, en weet je op gegeven moment niet meer waar voor en waar achter is.

  • Aanbevolen als je wil werken als een kip zonder kop.

3. Ga multitasken

Dat kost veel meer tijd dan het ene na het andere doen, dus de druk wordt steeds groter.

  • Aanbevolen als je veel wil werken en weinig wil bereiken.

4. Doe alles perfect

Dat lukt je nooit, dus je blijft bezig zonder dat je ooit tevreden bent.

  • Dit is de perfecte strategie als je te veel stress wil hebben en je gefrustreerd wil zijn.

5. Vraag je af wat anderen van je denken

Een goede manier om in cirkels te draaien en je gek te laten maken, zonder dat je ooit zult weten of het ook klopt.

  • Werkt gegarandeerd!

6. Slaap regelmatig te weinig

Dit werkt bijzonder goed als je uit balans wil raken en chagrijnig wil worden, en minder goed wilt kunnen relativeren.

  • Aanbevolen als je problemen wil vergroten die je toch al hebt.

7. All work, no fun

Dit is een van mijn favoriete manieren: doe geen leuke dingen, verlies het contact met je vrienden, ga niets meer doen dat alleen gezellig of plezierig is.

  • Zo krijg je je batterij nog sneller leeg!

Ben je er klaar mee?

Het kan echt anders. Zie je het even niet voor je hoe je dat kunt doen?

Pak dan je kans:

Ik geef ook in 2017 gratis elke maand 1 telefonisch adviesgesprek weg. Daarin bekijken we jouw situatie en laat ik je zien hoe je het kunt aanpakken om blijvend meer rust te vinden, meer overzicht te creëren en meer te genieten.

Klinkt dat aantrekkelijk? Stuur me dan een mail met de volgende informatie: waar je mee worstelt (graag kort), je naam en je telefoonnummer. Geef ook aan hoe belangrijk het voor je is om dit op te lossen (1 = niet belangrijk, 10 = ontzettend belangrijk). Ik neem vervolgens snel contact met je op.

Waarom je stress het beste in een keer oplost (en hoe je dat doet)

Ik had vorige week een intakegesprek met een nieuwe cliënt, Paul. Hij was bijna in tranen, zo veel druk ervoer hij – ingewikkelde klanten, te veel werk, een vervelende sfeer in zijn maatschap, en ook privé bleek veel te spelen. Kortom, het ging niet goed met hem. Dat wilde hij nu aanpakken en zijn stress oplossen. Hij vertelde wat er allemaal speelde. Bij probleem nummer 6 stopte hij en zei: “Dat lijkt mij voor nu meer dan genoeg. Als we dit opgelost hebben, dan kom ik met mijn andere vragen. Eerst maar hiermee beginnen.”

Best veel mensen denken net zoals Paul als ze zich overweldigd voelen van de hoeveelheid kwesties die hen dwarszitten. Misschien ken je dat ook: je denkt dat het handiger is om niet alles tegelijk aan te pakken of je voelt je een zeur als je alles vertelt.

Zo was het ook met Paul: hij vond het gewoon heel veel. Ik moest hem echt even overhalen om de rest ook te vertellen. Want dat is zijn enige kans om de juiste keuze te kunnen maken waar hij het beste kan beginnen en, belangrijker nog, om in een keer heel veel op te lossen.

Dat is voor 3 redenen belangrijk.

1. De basis: creëer overzicht!

Alleen als je alles wat je dwarszit, wat je lastig vindt en waar je mee worstelt op tafel legt, kun je overzicht krijgen over wat er speelt. Overzicht op zich werkt al enorm verhelderend en haalt meteen de ergste spanning eraf.

2. Vind de samenhang!

Als je het overzicht hebt, dan kun je onderzoeken hoe alle kwesties samenhangen. Want vaak hebben de dingen, waar we mee worstelen, een innerlijke samenhang. Dat is voor jou, als je er middenin zit, vaak niet te zien. Voor een ander, en zeker voor iemand die geschoold en ervaren is in dat soort zaken, is dat veel makkelijker. Ik kon bij Paul meteen zien hoe dingen mogelijk samenhangen, en ik zag ook dat we ongetwijfeld meerdere vliegen in een klap kunnen slaan. Dit verraste hem enorm, dat had hij niet verwacht.

Bijvoorbeeld: Paul vind het net zoals zo velen moeilijk om de confrontatie aan te gaan. Hij is bang dat de ander boos reageert of hem vervelend vindt. Tegelijkertijd vind hij het erg lastig om grenzen tussen hem en zijn best veeleisende cliënten te herkennen en te stellen. Ook voelt hij zich vaak te verantwoordelijk.

De kans is groot dat al deze thema’s, hoe verschillend ze ook lijken, een innerlijke samenhang hebben. Als hij dus op een punt vooruitgang boekt, is de kans levensgroot dat het ook de andere punten positief beïnvloedt.

3. Begrijp waarom dat zo is

Waarom en vooral hoe hangen uiteenlopende kwesties samen?

Veel van waar wij mee worstelen heeft een oude bron: onze kindertijd. Als wij als kind opgroeien, hebben wij altijd te maken met een niet-ideale situatie. Je komt altijd dingen te kort, ervaart frustraties of angst. Als kind ben je echter ook volstrekt afhankelijk van je ouders. Letterlijk, omdat zij je eten moeten geven en een dak boven je hooft, maar ook omdat je hun aandacht, liefde en waardering nodig hebt. Want zonder liefde en aandacht kun je niet overleven (een verschrikkelijk voorbeeld van wat er gebeurt als kinderen geen liefde en aandacht krijgen zijn de Roemeense weeshuizen in de jaren rondom de val van van de muur).

Als kind ontwikkelen wij daarom strategieën om om te kunnen gaan met frustraties en angst, en om liefde en aandacht te krijgen. Deze strategieën zijn noodzakelijk en nuttig. Als wij vervolgens volwassen worden en wij staan onder druk (bijvoorbeeld door stress op het werk of door een conflict), dan hebben wij allemaal de neiging om terug te grijpen naar deze oude strategieën. We kennen ze immers zo goed. Meestal merken wij trouwens niet eens dat we een oude tactiek toepassen, en de meeste van ons kunnen ook niet goed benoemen of uitleggen wat deze strategieën zijn. Ze zijn onbewust geworden. (Ter illustratie: een vaak voorkomende strategie is “het heel goed willen doen”.)

Deze strategieën werken echter vaak niet of zelfs averechts, omdat de situatie compleet anders is: wij zijn volwassen en zelfstandig, en niet meer afhankelijke kinderen.

Vele van onze persoonlijke valkuilen in het dagelijkse leven worden mede veroorzaakt door deze niet meer werkende strategieën.

Hoe kun je zelf heel concrete stappen zetten?

Het is dus zaak om de oude, niet-productieve strategieën te vervangen door nieuw, ander gedrag, dat wel werkt.

Maar ja, hoe doe je dat? Dat is natuurlijk zo makkelijk nog niet, maar als je het doet, levert het enorm veel op.

Je gaat onderzoeken:

  • wat jouw strategieën zijn.
  • hoe je op het moment zelf kunt merken dat je een niet-functionerende strategie toepast.
  • hoe je dan ander gedrag kunt laten zien waardoor je wel je doel bereikt (bijvoorbeeld door een confrontatie wel en op een goede manier aan te gaan).

Zo kun je leren om krachtig, autonoom en vol plezier te werken en vooral veel minder druk te ervaren.

Weet je niet goed of deze aanpak voor jou werkt of ben je onzeker wat je zelf kunt doen?

Dan wil ik dat met jou als lezer van mijn artikelen wel even onderzoeken. Alleen kan ik natuurlijk niet iedereen vrijblijvend helpen, maar wel 3 mensen. Neem dus snel contact op met mij – het liefst meteen vandaag of morgen, maar zeker voor 22 januari.

Dan gaan we samen in een vrijblijvend gesprek onderzoeken wat er bij jou speelt en welke eerste stappen jij kunt nemen.

Te druk? Dit zijn mijn beste tips

Te drukLaatst kwam advocaat Peter, de wanhoop nabij, bij mij. Hij sliep al maanden slecht en had bijna elke dag wel ruzie met een van zijn collega’s of met zijn vrouw. Hij had het te druk, was altijd moe, kon niet meer scherp denken en piekerde de hele dag door over allerlei details (en ’s avonds, en ’s nachts…). Hij werd gek van zichzelf, en zijn omgeving werd gek van hem. Hij wist niet meer wat hij kon doen, want aan de drukte ging niets veranderen, vond hij.

Het was meteen duidelijk: Peter maakt dezelfde denkfout als zo vele van mijn klanten: ook hij denkt dat drukte veroorzaakt wordt door de hoeveelheid werk, en dat je daar weinig aan kunt doen behalve heel hard werken.

Peters ontdekking

Niets is minder waar, zoals Peter tijdens ons eerste gesprek ontdekte. Al heel snel begon zijn situatie te verbeteren, en na een aantal weken had hij het gevoel dat hij weer veel meer rust en controle had. Daardoor had hij veel minder ruzie, werkte hij veel scherper en efficiënter en verbeterde de relatie met zijn vrouw. Gaandeweg besefte hij hoeveel invloed hij zelf op de situatie had, en leerde hij om weer zelf regie te nemen.

Wil ook jij net zoals Peter uitstappen uit de vicieuze cirkel van piekeren, slecht slapen, geïrriteerd zijn en geen plezier meer hebben in je werk? Wil je weten hoe je ondanks grote drukte lekker en ontspannen kunt werken?

Lees dan verder, ik geef je een paar van mijn beste tips. Aan het einde van het artikel stel ik je bovendien iets voor dat heel interessant kan zijn voor je.

Het paradox van drukte

Er waren allerlei redenen waarom het zo slecht ging met Peter. In eerste instantie had hij het vooral ontzettend druk, en dat, zo leek het, brak hem op.

Een van de grote problemen lag in het feit dat hij niet meer kon loslaten. Hij had het gevoel dat hij alleen maar moest werken, en dat hij elke vrije minuut moest benutten.

Inmiddels weet hij dat dat averechts werkt. Dat is het paradox van drukte.

Deze 7 tips hielpen hem enorm.

De 7 makkelijkste en beste oplossingen

  1. Werk samen met je team. Ga werk delen en delegeren. Echt delegeren.
  2. Kijk naar je eigen rol: voel je je te verantwoordelijk? Doe daar meteen iets aan, want dat gaat je blijvend parten spelen.
  3. Focus! Stop nu met multitasking! Want het kost je zeeën van tijd en het levert helemaal niets op.
  4.  Zeg vaker nee. Simpel, maar doeltreffend.
  5. Maak vaker een korte pauze. Je gaat er efficiënter van werken.
  6. Ga vroeger naar bed. Je wordt er krachtiger en mentaal stabieler door.
  7. Ga meer leuke dingen doen. Je krijgt er energie van die je heel goed kunt gebruiken.

Sommige van deze oplossingen zijn heel simpel. Te simpel? Dat niet – er is maar één reden waarom ik ze noem. Ze werken namelijk. Het is soms verbijsterend om te zien hoeveel mijn cliënten, mensen zoals Peter, bereiken door deze deels heel eenvoudige oplossingen toe te passen.

En hoe zit het met jou?

Er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijke oplossingen. Wil jij zelf jouw situatie aan mij voorleggen en sparren over de voor jou juiste strategieën?

Dan heb ik iets voor je: Ik geef volgende week gratis 2 strategiegesprekken weg (ter waarde van 147 €). Daarin gaan we dieper in op jouw probleem, en ik ga je een aantal strategieën aanreiken die jou helpen bij jouw specifiek probleem.

Meedoen?

Stuur me tot en met zondag 4 september een email, waarin je kort beschrijft wat je situatie is en wat je wil oplossen. Geef ook een cijfer hoe belangrijk het is voor je om dit aan te pakken (1: niet belangrijk, 10: zeer belangrijk).

Ik laat je in de week erop weten of je geselecteerd bent voor een gesprek.

Ik hoor graag van je!

 

Mentale trucjes 2: Boosheid

Het maakt je zo kwaad! Weer staat je baas aan je bureau om je te vragen waarom je dit rapport nog niet af hebt. Laaiend wordt je – je doet al je best, en zij komt wéér zeuren!

Maar eerlijk is eerlijk – je voelt je ook betrapt, en een beetje schuldig.

En dankzij de boosheid voel je dat nauwelijks.

Net zoals veel andere gevoelens kan boosheid een mentaal trucje zijn, zoals dit voorbeeld laat zien: het helpt je om je niet nog veel slechter te voelen.

Boos zijn is voor veel mensen minder erg dan je schuldig voelen, onzeker of bang. Bovendien geeft boosheid je een gevoel van kracht en/of macht. Ook (en misschien vooral) als je niets durft te zeggen tegen je baas.

Dit het tweede deel van een serie artikelen over mentale trucjes die wij toepassen als het lastig wordt en als we ons kwetsbaar voelen. In het eerste deel schreef ik over rationaliseren. Het was een artikel dat bij lezers veel losmaakte.

Waarom boosheid zo dubbel is

BoosheidBoosheid kan ingrijpend, heftig en vernietigend zijn, zoals je ongetwijfeld al tig keer hebt ervaren, bij jezelf en anderen. Denk bijvoorbeeld aan al die problemen die in teams ontstaan omdat boosheid en agressie in de weg zitten van constructieve samenwerking.

Maar het kan ook positieve effecten hebben: het kan je de energie geven om iets te bereiken, en het kan je beschermen tegen onaangename gevoelens. Als je je bedreigd voelt, is boosheid een bron van kracht. Het kan je helpen om grenzen te stellen en stappen te zetten.

Soms is boosheid natuurlijk ook gewoon dat: boosheid. Iemand heeft je bijvoorbeeld iets aangedaan, of je bent ziek en wordt boos op die ziekte die jou het leven zo zwaar maakt. Het hoort erbij, al is het misschien niet leuk.

Boosheid en kracht

Boosheid en woede geven je het gevoel dat je krachtig bent, en dat maakt het soms een heel aantrekkelijke emotie. Je moet bijvoorbeeld naar een belangrijke vergadering, maar de treinen rijden niet, of je staat in de file. De meesten van ons worden dan boos, op de NS bijvoorbeeld. Het helpt natuurlijk helemaal niks, maar je voelt je daardoor wel beter en sterker, omdat het je onmacht maskeert.

Vaak komt echter de boosheid niet daar terecht waar ze hoort. Je kunt het namelijk ook verplaatsen: Je bent boos op een vervelende patiënt, op je collega of op de NS. Maar dat durf je niet te zeggen, en ’s avonds krijgt je hond een schop, of je krijgt het met je partner aan de stok.

Dat gebeurt omdat negatieve gevoelens over het algemeen niet vanzelf verdwijnen. Ze kunnen veranderen in een andere negatieve emotie, maar je kunt ze dus ook tegen jezelf of anderen richten. Dat kan zich uiten in angst, irritatie of agressie, schuldgevoelens, ruzie zoeken en meer.  Het is dus zaak dat je ervoor zorgt dat je de boosheid kunt uiten of op een manier afreageert waar het zo weinig mogelijk schade kan aanrichten. Stoom afblazen heet dat.

Tip 1: Blaas stoom af

Zorg ervoor dat je je boosheid kwijt kunt:

  • benoem je boosheid daar waar het hoort.
  • zet de muziek heel hard en zing mee.
  • ga sporten.
  • praat erover.
  • ga klussen of hak een boom om.
  • en meer.

Alles is goed, zolang niemand er schade van ondervindt.

Boosheid beschermt

Boosheid kan je kwetsbaarheid of lastige gevoelens beschermen, onzichtbaar maken. Het zou kunnen dat je, als je je schaamt, gekwetst voelt of bang bent, boos wordt. Het is een oeroude manier om het onbehagen, dat je voelt, te verstoppen onder een ander emotie. Het heeft de functie dat je je eigen kwetsbaarheid niet hoeft te voelen, je eigen ideeën niet hoeft te betwijfelen, maar anderen de schuld kunt geven.

Als je dat doet, dan heb je het over het algemeen niet door: het gaat onbewust.

Het extreme voorbeeld hiervan zijn mensen met sterke narcistische trekken: als zij kritiek ontvangen, ontploffen zij in woede. Het zijn over het algemeen mensen met een (gek genoeg) laag zelfbeeld, met veel onzekerheid, die echter absoluut niet gezien mag worden. Niet door de persoon zelf, en al helemaal niet door de ander. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld Donald Trump, die, als hij niet krijgt wat hij vindt dat hij verdient, de ander zonder pardon neersabelt.

Als je het maatschappelijk breder wil trekken, dan is woede ook een gevoel dat je beschermt tegenover de eigen machteloosheid. Mensen die deel uitmaken van een groep met weinig invloed kunnen soms in extreme woede uitbarsten – denk bijvoorbeeld aan de rellen in de Franse banlieues of het verzet tegen asielzoekerscentra. Hun boosheid heeft in sterke mate te maken met een gevoel van machteloosheid.

Tip 2: Stel duidelijke grenzen

Als je te maken hebt met boze mensen, bijvoorbeeld met een woedende collega, dan helpt het om rustig duidelijke grenzen te stellen. Ga niet in discussie, maar geef duidelijk aan dat je van dit  gedrag niet gediend bent, en benoem expliciet welk gedrag dat is.

Geef desnoods aan dat je nu de kamer verlaat, en dat je later weer terugkomt om verder te praten als de ander weer rustig is. Doe dat ook.

Samenwerking: agressie lokt agressie uit

Boos zijn is soms prettig omdat het je het gevoel geeft dat jij krachtig bent. Als je bijvoorbeeld gefrustreerd bent over die lastige collega, denk je al snel: ik ga nou eens goed om mijn strepen staan, duidelijk zeggen wat ik denk. Dat zal hem leren!

Helaas, dat werkt nauwelijks. Sterker nog, meestal werkt het averechts, vooral als er veel boosheid en irritatie zit.

Timothy Leary (ja, die van de roos van Leary) stelt dat tegen-gedrag tegen-gedrag oproept. Als jij aanvalt, gaat de ander in de verdediging. Met andere woorden: hij valt je ook aan.

“Jij bent altijd laat met de cijfers!” “Maar jij levert de informatie ook altijd zo slordig aan!”

Daaruit zal geen oplossing ontstaan.

Het is duidelijk: Boosheid helpt niet om samen te werken.

Tip 3: Ga oplossingsgericht samenwerken

Je kunt het beter anders doen: samenwerken, de emotie benoemen, en een oplossing vinden die goed is voor beide.

Dus: “Als de cijfers te laat zijn, krijg ik problemen met de accountant, en dat vind ik heel vervelend. Hoe kunnen we dat veranderen?” “Als ik jouw informatie zo en zo ontvang, kan ik sneller werken, dat is ook voor mij prettiger.”

Dus:

  1. Feiten benoemen
  2. Het gevoel dat het je geeft in de ik-vorm aangeven
  3. Zeggen wat je wil je dat er gebeurt.

Grote kans dat dat beter werkt!

 

 

Hoe je je negatieve emoties kwijtraakt

Emoties. Heb je er soms ook gewoon geen zin in? Vooral als ze negatief en vervelend zijn?

Ik bijvoorbeeld ben soms mijn schuldgevoelens zat, die bij mij helaas vrij makkelijk opkomen.

Maar ja … negatieve emoties zijn er, of we dat nou leuk vinden of niet. En ze zorgen soms voor best veel stress.

Emoties onderdrukken?

Wij hebben allemaal de neiging om negatieve emoties te onderdrukken. Of om ze weg te redeneren. Of om iets anders te doen, in de hoop dat ze vanzelf verdwijnen. Om ze te negeren.

Soms werkt dat ook inderdaad. Soms is is het zelfs heel nuttig.

Maar vaak ook niet. Dan voelen we de emoties weliswaar niet meer bewust, maar in ons onbewuste zijn ze nog steeds aanwezig. Het probleem is dat ze van daar ons gedrag bepalen zonder dat we het doorhebben.

Ik denk bijvoorbeeld aan een klant van mij die, als er iets moeilijks in haar leven gebeurde, heel hard ging werken. Op een bepaald moment gebeurde er veel tegelijkertijd waar ze bang, boos en verdrietig van werd. Ze werkte zich letterlijk kapot, tot aan overspanning toe. Zo hoefde ze haar angst en verdriet over haar dementerende moeder en haar relatieproblemen niet onder ogen te zien. De prijs die ze daarvoor betaalde was echter hoog, ze werd ziek gemeld en kwam overspannen bij mij.

Toen ze het patroon begreep, de emotie indook, en  vervolgens leerde wat ze nodig had om het te kunnen verdragen en hanteerbaar te maken, ging het snel weer beter met haar, haar werk en haar relatie.

Laat de emotie zwemmen als een strandbal

Wat heeft dit verhaal met een strandbal te maken?

Veel.

Probeer eens een strandbal onder water te houden. Het kan wel. Maar het kost enorm veel energie. En als je even niet oplet, of als je moe wordt, gaat het mis, schiet de strandbal omhoog, en word je kletsnat. Wat je juist niet wilde gebeurNegatieve emotiest.

Je kunt daarom beter de strandbal op het wateroppervlak laten zwemmen. Dan is hij er nog steeds, maar je kunt hem heel makkelijk opzij zetten.

Precies zo gaat het met emoties.

Onderdrukken en ertegen vechten kost bergen energie. Als ze dan naar het oppervlak schieten (en je kunt er gif op innemen dat dat vroeg of laat gaat gebeuren) dan wordt je kletsnat. Doe je rare dingen. Trek je je terug in je schulp. Krijg je ruzie. Wordt je heel verdrietig. Of verlamt het je.

Omgaan met emoties

Je kunt emoties beter onder ogen zien, ze onderzoeken en er iets mee doen. Ze geven namelijk vaak belangrijke informatie, die via ons verstand niet toegankelijk is. Daarom is het belangrijk om ze eerst te bekijken (waardoor ze al krimpen) en vervolgens opzij te zetten, precies zoals een strandbal.

Maar dat is niet zo makkelijk. Daarom wil ik er de volgende weken dieper op ingaan.

Nieuwe serie: Omgaan met negatieve emoties

Dit is het begin van een serie over lastige gevoelens, wat ze betekenen en hoe je ermee om kunt gaan zodat je leven lichter en makkelijker wordt. Je zult ook zien dat deze emoties waarschijnlijk meer grip op je hebben dan je dacht, en je ontdekt waarom het fijn is om dat te beseffen.

(Tussen haakjes even een klein persoonlijk en tegelijkertijd klassiek voorbeeld: Ik dacht lang dat ik nauwelijks last heb van jaloezie en afgunst. Het past niet bij mij, vond ik. Inmiddels weet ik dat het onbewust toch regelmatig speelt. Als iemand mij irriteert die bijvoorbeeld heel veel kennis etaleert, dan heeft dat toch ook met jaloezie te maken, vrees ik. Sinds ik dat weet, verdwijnt de irritatie wat makkelijker.)

De volgende 7 artikelen gaan over:

1. Angst

2. Schuld

3. Schaamte

4. Verdriet

5. Boosheid

6. Jaloezie

7. Afgunst

Het is een beetje een somber rijtje, ik weet het …

Ga de uitdaging aan: lees elke twee weken een artikel over een lastige emotie, en je zult een paar confronterende en een heleboel opluchtende Aha-momenten hebben!

Andere generatie – andere stress?

Bij welke generatie hoor jij? En zegt dat iets over de situaties die bij jou stress veroorzaken? Hoe beleeft jouw generatie stress?

In dit eerste deel van een tweedelig artikel geef ik meer informatie over de verschillende generaties en hun kenmerken met name rondom werk. Over twee weken volgt meer over de generatie Y, de jongste generatie werkenden, en waarom zij vaker burnout raken dan oudere mensen. (Een deel van mijn informatie is afkomstig van The Young Workforce, waarvoor dank.)

Bij welke generatie hoor jij?

Uiteraard zijn de grenzen vloeiend. Je kunt gevoelsmatig ook bij een andere generatie horen als je net een paar jaar ouder of jonger bent. Ook zijn de individuele verschillen natuurlijk groot – je generatie bepaalt niet alles.

De protestgeneratie (geboren tussen 1940 – 1955)

De protestgeneratie is na de oorlog opgegroeid. Zij hebben zich verzet tegen de bestaande orde: de verzuiling, de strakke regels, de maatschappelijke benauwdheid. Maar ze hebben tegelijkertijd ook een nieuwe orde gebouwd:  nieuwe organisaties, structuren en hiërarchieën. Ook het polderen is in en door deze generatie ontstaan.

Voor deze generatie is werk het belangrijkste. Familie is ook belangrijk, maar toch minder dan bij de volgende generaties. Op latere leeftijd is de focus bij een deel veranderd: zij willen graag langer doorwerken en gepassioneerd iets nuttigs doen voor de maatschappij.

Deze generatie praat niet makkelijk over hun privé-leven en over emoties. Als ze het moeilijk hebben, houden ze dat voor zich (“je gaat niet de vuile was buiten hangen”), en dat kan een enorme bron van spanning en stress zijn.

Generatie X (1955 – 1970)

Deze generatie, ook de verloren generatie genoemd, is opgegroeid als kinderen van harde Generatie stresswerkers. Zij moesten in economisch moeilijke tijden hun weg vinden. Daardoor zijn ze redelijk zelfredzaam en no-nonsense. Zij willen samenwerken en onderlinge verschillen constructief gebruiken. Ook willen ze graag weloverwogen handelen. Soms zijn ze erg terughoudend: ze vinden het niet makkelijk om hun eigen ruimte in te nemen.

Traditionele vader- en moederrollen zijn in hun tijd minder duidelijk geworden, en daarin moest deze generatie een nieuwe balans zoeken. Zij houden werk en privé  gescheiden. Dat dit nu begint te veranderen vinden velen niet makkelijk. Met hun kinderen, de generatie Y, brengen ze veel tijd door (ruim 2 keer zo veel als vorige generaties).

De generatie X zit nu middenin hun loopbaan, enigszins bekneld tussen de protestgeneratie, die veel leidinggevende posten bezet, en de pragmaten, die eraan zitten te komen. Ook dat valt sommigen zwaar.

Pragmaten (1970 – 1985)

De pragmatische generatie is juist dat – pragmatisch. Het zijn de kinderen van de protestgeneratie, die alle kansen kregen. Zelfontplooiing is essentieel. Werk is belangrijk, maar een gelukkig leven is nog belangrijker. Zij willen efficiënt werken, to the point en rationeel handelen. Zij zijn gevoelig voor hiërarchie, zowel in positieve als in negatieve zin: ze luisteren er naar, willen zelf wellicht ook hogerop, en ze zijn er tegelijkertijd allergisch voor. Maar ze bestaat in hun ogen wel degelijk. Keuzes rondom werk en ouderschap hebben ze lang uitgesteld. Zij hebben vaak moeite met de balans tussen werk en privé.

De pragmaten moeten zich nu bewijzen, en dat valt nog niet mee. Zij zijn bewuster en planmatiger bezig met hun succes. Keuzes zijn een thema, en ook de vraag: “Is dit alles?”

Generatie Y (1985 – 2000)

Deze generatie is de laatste jaren de arbeidsmarkt op gekomen.  Het zijn de kinderen van de generatie X, die ze veel ruimte heeft gegeven en ze intensief begeleid heeft. Zij hebben in hun jeugd veel aandacht gekregen, en dat willen ze ook graag in hun werk. Zij zijn analytisch en (technologisch) slim, willen ontwikkelen en leren, willen vanuit passie werken. Ze zijn weinig hiërarchiegevoelig, houden van gelijkwaardigheid. Ook zijn ze actief, wat ze als kinderen ook al waren. Ze willen doen.

Tegelijkertijd zijn ze soms niet erg realistisch in hun verwachtingen van zichzelf en anderen. Werk en privé lopen door elkaar heen, en dat is zowel positief als ook een bron van spanning. Ze zijn enorm bang om iets te missen.

Meer over generatie Y, met tips voor hen en voor de mensen om hen heen, lees je hier.