Denk je ook dat jij alles moet oplossen?

Als ik een lijst moet maken van de vaakst voorkomende stressveroorzakers, dan zitten aannames over wat anderen van je verwachten of denken hoog op de lijst.

Dat zag ik weer toen ik afgelopen week spraak met Kees, die het altijd enorm druk heeft. Gaandeweg het gesprek ontdekte hij dat hij altijd alle problemen in zijn omgeving oploste, omdat hij dacht dat dat van hem verwacht werd. Gevolg: hij werkte heel hard. Bovendien irriteerde het hem enorm dat anderen zo weinig deden en hem al het vuile werk lieten opknappen.

Al gecheckt of het klopt?

Kees nam, zoals wij dat allemaal doen in groepen, een bepaalde rol op zich, in zijn geval die van probleemoplosser. Een rol waar hij helaas last van kreeg.  Hij kon er zich echter niet van bevrijden omdat hij ervan uitging dat hij de verwachtingen van anderen moest vervullen.

Alleen: hij had nooit gekeken of zijn collega’s deze verwachtingen ook echt hadden.

Welke rol je op je neemt heeft met veel dingen te maken. Bijvoorbeeld met jouw persoonlijkheid, geschiedenis, voorkeuren, omgeving en ook jouw aannames van wat anderen van je denken of van je verwachten.

Check je soms of deze aannames ook echt kloppen?

Dat denkt de probleemoplosser dat de anderen denken

Probleemoplossers zoals Kees hebben bijvoorbeeld deze gedachtes:

  • Als ik het probleem niet oplos, denken mijn collega’s dat ik het niet kan.
  • Als ik het probleem niet oplos, dan denken mijn collega’s dat ik niet deug.
  • Er mag niets mis gaan!
  • Als ik het niet doe, doet niemand het.
  • Mijn collega’s moeten toch zien dat hier iets mis is! Waarom doet dan niemand iets?

Misschien denken de collega’s dat inderdaad.

Maar de kans is heel groot dat het anders zit.

Dat denken de anderen echt

De gedachtes van de collega’s van de probleemoplosser gaan waarschijnlijk eerder zo:

  • Laten we Kees het probleem oplossen, want blijkbaar doet hij het graag.
  • Jammer dat Kees zo onzeker is, terwijl hij zo veel kwaliteiten heeft.
  • Kees maakt zich veel te druk, het is juist gezellig als het niet zo strak georganiseerd is.
  • Wat fijn dat Kees het doet! Dan blijven wij lekker zitten.
  • Wat doet Kees toch hectisch? Ik zie niet wat het probleem is.

Je kunt er ontelbare variaties op bedenken.

Het gevolg van deze niet kloppende aannames? Je creëert problemen voor jezelf die helemaal niet nodig zijn.

Kees bijvoorbeeld was bang dat hij door de mand valt als hij een fout maakt. Hij probeerde te bewijzen dat hij deugt, terwijl daar behalve hem zelf niemand aan twijfelde. En hij hoopte dat, als hij het uitstekend doet, zijn onzekerheid op een gegeven moment vanzelf verdwijnt.

De kans is helaas klein dat dat ook echt gebeurt. In plaats daarvan ontstaat stress.

Doe het anders: 3 tips

  1. Wees kritisch tegenover jezelf. Verwachten anderen iets van je, of verwacht je het zelf?
  2. Vraag anderen wat ze van je verwachten. Je zult verrast zijn wat ze je vertellen.
  3. Ga het testen en vervul de verwachting niet. Let erop wat er dan gebeurt, zowel bij jou als bij anderen. Je moet het wel even verdragen om stil te blijven zitten!

Wil je hierover of over een andere vraag in gesprek gaan met mij? Dat kan natuurlijk altijd. Stuur me een mail, en ik neem contact met je op.

Ik wens je heel veel succes!

Wat doe je met die lastige collega?

lastige-collegaElisa wordt er helemaal gek van. Alles wat haar collega Kees doet vindt hij geweldig, terwijl hij niet alleen weinig werkt, maar ook weinig bereikt. Maar dat deert hem niet: hij paradeert door het kantoor alsof het van hem is, kleineert de medewerkers en verstoort de sfeer. De manier waarop hij met klanten omgaat is zo arrogant dat zij zich er gewoon voor schaamt. Maar wat kan ze doen? Hij luistert toch niet. Elisa wordt steeds geïrriteerder en trekt zich meer en meer terug.

Of wat denk je van Helen, de controlerende perfectionist? Zij wil alles onder controle hebben en ze gaat over zo ongeveer elk detail in discussie. Een micro-manager dus. Gevolg: Helen is inmiddels bijna overspannen, haar collega’s worden gek van haar en werken steeds ongemotiveerder. Zij laten steeds meer aan haar over, want wat ze doen is toch nooit goed genoeg.

Samenwerkingsproblemen zoals deze hebben enorme gevolgen: de sfeer wordt steeds slechter, de ontevredenheid groter, de kwaliteit van het werk daalt, de kans op fouten en gemiste kansen groeit, waardoor de kosten stijgen en de inkomsten dalen.

Wat kun je heel concreet doen?

Lastige collega’s, grote ego’s, tegenstrijdige belangen en verschillende manieren van werken vind je in elk team.

Deels hoort dat erbij, en is het de vraag hoe je de spanningen die deze verschillen oproepen goed kunt hanteren en zelfs als kracht kunt gebruiken. Soms echter leveren verschillen grote problemen en enorme irritaties op.

Maar je kent ongetwijfeld ook voorbeelden van teams die ondanks of juist dankzij de verschillen goed opereren, waar mensen ’s ochtends fluitend naar hun werk gaan  en met veel succes en voldoening werken. Hoe doen zij dat?

Jij kunt zelf veel doen om dit met je team te bereiken! Bijvoorbeeld deze 3 dingen:

1. Onderzoek het systeem

Elke groep is een systeem, en alles wat jij doet of niet doet, heeft direct invloed op wat de anderen doen, denken of voelen. En vice versa.

Denk bijvoorbeeld aan Helen, de micromanager: Helen controleert het werk van anderen tot in detail, omdat zij zeker wil zijn dat het allemaal goed gedaan is. Als ze het niet doet, kan ze het niet loslaten en piekert ze thuis of er niets is misgegaan. Daarmee komt een vicieuze cirkel op gang: hoe meer Helen controleert, hoe minder haar collega’s doen. Want waarvoor zouden ze moeite doen als Helen het toch altijd beter weet? Daardoor gaat Helen nog meer op de details letten, doen haar collega’s nog minder en … afijn, het averechtse effect van Helens gedrag is duidelijk.

Dus: Als je bijvoorbeeld wil dat mensen de eigen verantwoordelijkheid nemen, moet je ze dat ook laten doen, ook al gaat het niet altijd helemaal perfect. Loslaten dus, hoe moeilijk dat soms ook is.

Ook bij andere, hardnekkige problemen loont het om te onderzoeken wat er in het systeem aan de hand is, welke gevolgen jouw gedrag en dat van anderen op elkaar heeft. Het werkt het beste als je dit samen met het hele team gaat onderzoeken en bespreken.

2. Pas op voor de zelfrechtvaardigings-spiraal

Een van de boosdoeners van samenwerkingsproblemen is zelfrechtvaardiging. Jij hebt een zelfbeeld, je ziet jezelf bijvoorbeeld als eerlijk, ambitieus of betrokken. Wat als je iets doet dat niet bij je zelfbeeld past? Zoals dat ons allemaal dagelijks gebeurt?

Juist, je gaat het rechtvaardigen. Bijvoorbeeld:

  • Gedraag je je kortaf tegen een lastige collega? Hij is ook zo een zeurkop, daarom deed je dat.
  • Heb je niet gedaan wat je beloofd hebt? Het was ook zo druk, je kon niet anders, dus het is niet jouw schuld dat de ander in de problemen kwam.
  • Heb je iets over het hoofd gezien? Ach, niemand is perfect.

Veel problemen in groepen hebben te maken met zelfrechtvaardiging op beide kanten. Denk bijvoorbeeld aan twee ruziënde partners: zij zijn constant bezig om de ruzie te rechtvaardigen, wat zij goed doen, wat de ander verkeerd doet en waarom het de schuld van de ander is.

Daardoor wordt het voor beide steeds lastiger om ook vanuit het standpunt van de ander te kijken en er gezamenlijk uit te komen. Want als je dat doet, moet je ook kunnen zien en zeggen dat ook jij fouten gemaakt hebt. Dat wordt, naarmate het langer duurt, steeds moeilijker.

Het vergt moed en zelfinzicht om het anders te doen, om te reflecteren op het eigen aandeel én je te verplaatsen in de ander. Als het lukt, levert het een enorm krachtige samenwerking op. Dat is niet altijd makkelijk, maar enorm productief, lerend en ontzettend bevredigend.

Als je je in het thema zelfrechtvaardiging wil verdiepen, beveel ik je het boek van Carol Tavris en Elliot Aronson aan: “Mistakes Were Made (But Not by Me): Why We Justify Foolish Beliefs, Bad Decisions, and Hurtful Acts”. Het is helaas niet in het Nederlands verkrijgbaar. Toch is het heel prettig leesbaar en sowieso boeiend. En je zult je net zoals ik af en toe betrapt voelen als je je eigen gedrag herkent.

3. Niet alleen de ander kan veranderen. Jij kunt het ook.

Elisa uit het bovenstaande voorbeeld lukte het niet om Kees te veranderen. Hij bleef haar mateloos irriteren en onderuithalen.

Totdat zij zelf iets veranderde: zij onderzocht samen met mij wat er aan de hand was en waarom zijn gedrag haar zo raakte. Haar verrassing was groot toen ze erachter kwam wat er speelde: het had namelijk weinig met Kees te maken. Haar inzichten openden de deur om zelf de regie te pakken en de ruimte in te nemen die ze nodig had. Daardoor nam haar irritatie af, groeide haar zelfvertrouwen en veranderde zowel het gedrag van Kees als ook hun onderlinge relatie. Inmiddels gaat het uitstekend met haar.

Met andere worden: Jij kunt er altijd iets aan doen, ook al weet je nu misschien nog niet wat het is en hoe je dat doet.

Zie je het nog niet voor je? Pak dan je kans!

Ik ben me er zeer van bewust dat deze tips niet altijd makkelijk te implementeren zijn. Maar ze werken wel.

Vind je het lastig om jouw eigen situatie te begrijpen en te zien welke stappen je kunt zetten?

Neem dan per mail contact op, en we gaan in een vrijblijvend gesprek kort naar jouw verhaal en de mogelijkheden kijken die je hebt, zodat jij weer een stap verder kunt. Doe dat nog deze week, tot en met vrijdag 7 oktober dus!

Boosheid en agressie … hoe hou je de controle?

Verdorie! Dat is toch gewoon … !

Roep je zoiets soms ook?

Ja? Gelukkig. Het betekent dat je hartstikke gezond ben.

Roep je het vaak? Dan is het misschien wat minder handig.

Boosheid en agressie zijn nodig

Als je boos bent, heb je het gevoel dat je iets is aangedaan. Boosheid helpt je om

  • je hart te luchten.
  • Je erger kwijt te raken.
  • Je te verdedigen tegen iets of iemand.
  • In actie te komen.
  • Een doel te bereiken.

Maar boosheid kan ook zeer destructief zijn, zoals je ongetwijfeld zelf al hebt ervaren.

Agressie beschermt, en kwetst

Agressie heeft soms de functie om onzekerheid te verbergen of niet te voelen.

woede

Je kent ze vast wel, die types, die heel erg van zichzelf overtuigd lijken, die altijd weten hoe het moet. En als je een graantje kritiek levert, ontploffen ze, slaan ze als het ware om zich heen.

Het lijkt een beetje een cliché, maar over het algemeen klopt het wel: deze mensen zijn vaak onzeker. Als deze onzekerheid geraakt wordt, roept dat enorme woede op, want niemand mag dit zien.

Lastig om met zo iemand samen te werken.

Ook schaamte, een van de meest onaangename emoties, vertaalt zich soms in boosheid.

Denk even aan de laatste keer dat je je betrapt voelde. Werd je toen ook boos, hardop of in gedachtes?

Dankzij de agressie voel je de schaamte minder: je ketst de bal meteen weer naar de ander terug, je bent actief. Dat voelt minder erg dan herkennen dat je niet tevreden bent over jezelf, dat je je schaamt.

Deze afweermechanismen, want dat zijn het, werken onbewust: je schiet direct de boosheid in, zonder dat je doorhebt dat er iets anders onderligt.

Als je heel erg boos bent, zeker over iets dat rationeel gezien helemaal niet zo erg is, ga dan bij jezelf na of er iets anders speelt. Want als je de boosheid wil kwijtraken en de situatie echt wil oplossen, dan moet je de onderliggende emotie te pakken krijgen.

Agressie lokt agressie uit

Boos zijn is soms gewoon lekker omdat het je het gevoel geeft dat jij krachtig bent. Als je bijvoorbeeld gefrustreerd bent over die lastige collega, denk je al snel: ik ga nou eens goed om mijn strepen staan, duidelijk zeggen wat ik denk. Dat zal hem leren!

Dat werkt nauwelijks. Sterker nog, meestal werkt het averechts, vooral als er veel boosheid en erger zit.

Timothy Leary (ja, die van de roos van Leary) stelt dat tegen-gedrag tegen-gedrag oproept. Als jij aanvalt, gaat de ander in de verdediging. Met andere woorden: hij valt je ook aan.

“Jij bent altijd laat met de cijfers!” “Maar jij levert de informatie ook altijd zo slordig aan!”

Het is duidelijk: Boosheid helpt niet om samen te werken. Je kunt het beter anders doen: samenwerken, de emotie benoemen, en een oplossing vinden die goed is voor beide.

Dus: “Als de cijfers te laat zijn, krijg ik problemen met de accountant, en dat vind ik heel vervelend. Hoe kunnen we dat veranderen?” “Als ik jouw informatie zo en zo ontvang, kan ik sneller werken, dat is ook voor mij prettiger.”

Woede en onmacht

Stel, je hebt een deadline. Je moet vandaag nog een belangrijk rapport schrijven. Je computer doet het niet en je hebt geen idee waarom. En er is niemand in de buurt die je kan helpen.

Hoe denk je dat je je gaat voelen?

Inderdaad, geïrriteerd en boos. Kwaad op de computer, op digitalisering in het algemeen, en op de klant die zo nodig nú het rapport wil.

Je primaire emotie is echter onmacht. Hulpeloosheid. Want je kunt even niets doen, de machine is sterker.

Woede geeft je op de korte termijn de mogelijkheid om actief te zijn, je niet machteloos te voelen: je kunt vloeken.  Of de computer uit het raam gooien. Beide reacties lossen jouw probleem op de langere termijn helaas niet op ;-).

Het is veel handiger om eerst rustig te worden, en dan na te denken wat je kunt doen dat je probleem wel blijvend oplost.

Ontspanningsoefeningen helpen soms niet op zo’n moment, de emotie is te sterk. Je hebt een sterke tegenreactie nodig, om weer tot rust te kunnen komen: een ijsklontje op je buik, op een Mme. Jeanette-pepertje bijten, of tegen een muur schoppen. Dankzij de pijn, die je voelt, kun je beter relativeren. En ga je vervolgens rustig de IT-man bellen, of je opdrachtgever, of het misschien ook een dag later kan.

Zo wordt je rustig

Zeker als het om ergernissen in het dagelijkse leven gaat, helpen ademhalingsoefeningen.

Bijvoorbeeld:

De 3-4-6-methode

  • 3 seconden inademen
  • 4 seconden adem inhouden
  • 6 seconden uitademen

Dat doe je 10 keer achter elkaar. Langer kan ook, natuurlijk, mocht het nodig zijn.

Wat als de ander kwaad is?

Gaat een andere persoon je te ver? Word je uitgescholden?

Als het je lukt om rustig te blijven, heb je al veel gewonnen.

Ademhalingsoefeningen kunnen helpen.

Ga niet in op de inhoud, maar geef duidelijk je grenzen aan. Benoem dat je van dit gedrag niet gediend bent. Je wil wel praten, maar niet op deze manier.

Wordt de ander nog niet rustiger?

Geef weer aan dat je dit gedrag niet accepteert, dat je nu de ruimte verlaat, en dat je later verder wil praten, als hij/zij weer rustiger is.

Hou je hier ook aan. Ga, en kom later weer terug. Grote kans dat het gesprek dan op een betere manier verloopt.

Je woede afreageren

Hoe dan ook is het goed dat, als de woede blijft hangen, je er iets mee doet. Iets dat geen problemen oplevert. Bijvoorbeeld door:

  • met iemand erover te praten.
  • te sporten.
  • heel hard muziek te luisteren.
  • te onderzoeken wat er aan de hand is dat het je zo boos maakt.
  • en nog veel meer!

 

PS. Dit artikel is deel van een serie over lastige gevoelens. Eerdere artikelen gingen over het kwijtraken van negatieve emoties, angst overwinnen, schuldgevoelens, schaamte en verdriet.

Heb je je smoes al klaar?

Weer heb je te veel gezegd!

Dat voelt heel ongemakkelijk omdat je opdrachtgever nu iets over jou weet dat eigenlijk aan vrienden voorbehouden is. Niet prettig.

Dat kun je voorkomen.

Vandaag leer je hoe je in een gesprek met een opdrachtgever een duidelijke grens tussen werk en privé kunt trekken, zonder dat je onbeleefd bent.

Zo gaat het nu:

Het gesprek met je opdrachtgever begint met koetjes en kalfjes.

Maar opeens vraagt zij iets dat je heel persoonlijk vindt.

Je bent verrast, weet niet hoe je moet reageren. Maar ja, het is wel een belangrijke klant.

Dus je vertelt wat er aan de hand is. Het voelt weliswaar niet goed, maar nu is het toch al te laat.

Daarna erger je je, vooral over jezelf. Zij is een grens overgegaan, en jij hebt haar niet tegengehouden.

Hoe kun je dit voorkomen? Drie dingen zijn belangrijk:

1. Je rol duidelijk hebben

Als je weet wat jouw eigen rol is, dan worden de grenzen vanzelf al veel duidelijker.

Je rol kun je bepalen door jezelf een paar vragen te stellen:

  • Wat is jouw taak?
  • Waar zijn de grenzen van deze taak?
  • Wat verwacht de opdrachtgever van jou?
  • Wat verwacht jij van je opdrachtgever?

2. Je persoonlijke grenzen duidelijk hebben

  • Hebben jullie een puur professionele verhouding, of is het ook persoonlijk?
  • Wil je het graag meer of minder persoonlijk?
  • Wat mag zij weten en wat niet?

Weten waar je grenzen liggen is een, het op het moment zelf doorhebben is een tweede.

Als persoonlijke grenzen overschreden worden, dan voelen wij dat vaak aan. Het voelt ongemakkelijk, je wordt verlegen of je hebt een knoop in je buik. Het gevoel is bij iedereen anders.

Hoe voelt het bij jou?

Dat moet je van tevoren weten als je wil kunnen reageren voordat het te laat is.

Als je dat gevoel bij jezelf waarneemt, is het tijd voor De smoes.

3. Je smoes al klaarhebben

Een gesprek met een opdrachtgever kan spannend zijn.

Op het moment dat zij je grenzen dreigt te overschrijden, heb jij geen tijd en ruimte meer om na te denken.

Als je dan nog iets moet verzinnen om te zeggen, ben je al te laat.

Dus: heb je smoes van tevoren klaar!

Hoe werkt de grenzen-bewaken-smoes?

Stap 1: ontwijken

Bedenk een algemene, generieke reactie op vragen die je gesteld worden.

Bijvoorbeeld: “Hm, dat vind ik een heel lastige/interessante/goede vraag.”

Verder zeg je niets over de vraag. Je geeft geen inhoudelijk antwoord.

Stap 2: van onderwerp veranderen

“Trouwens, wat ik me ook vaak afvraag/wat ik laatst gezien/gelezen/gehoord heb… wat vind je daarvan?”

Introduceer een nieuw onderwerp, waar je je veilig bij voelt.

Handige onderwerpen zijn bijvoorbeeld films, reizen, tentoonstellingen die je gezien hebt, sport, wetenschap en meer. Het is goed als je al een paar gespreksonderwerpen in je hoofd hebt.

Wat altijd werkt: praat over haar hobby of stokpaardje. Ze zal er meteen bovenop springen.

Stap 3: de ander laten praten

Slaat jouw onderwerp aan? Goed.

Slaat het niet aan? Ga naar het volgende onderwerp totdat je iets gevonden hebt dat wel werkt.

Laat haar praten. Praat zelf ook mee, maar houd het op een onderwerp dat jou bevalt.

Deze 3 stappen kun je natuurlijk eindeloos herhalen, mocht dat nodig zijn!

Een stapje verder (voor gevorderden dus)

Kies een onderwerp waarmee je je deskundigheid kunt laten zien, je je expertpositie  versterkt.

Laat zien dat je veel weet.

Een muziekjournalist kan bijvoorbeeld praten over een ontmoeting met een uitstekende musicus. Of vertellen dat hij net een boeiend artikel heeft gelezen in de New York Times. Of praten over dat nieuwe talent.

In het kort:

Ken je rol.

Ken je grenzen.

Ken je smoes.

Ik heb ook een vraag aan jou: welke werksituatie vind jij lastig? Schrijf het in het commentaarveld hieronder, of stuur me een mail.

Bedankt!

 

 

5 tips hoe je werk en privé kunt scheiden

Vandaag ga ik met veel plezier in op de vraag van een lezer:

“Hoe scheid je werk en privé? Wellicht zijn hier geen algemeen geldende regels voor te geven, maar ik loop er geregeld tegenaan. Als zzp’er heb ik geen directe collega’s, alleen zakelijke relaties en opdrachtgevers. Toch kan het ongemakkelijk worden als gesprekken of berichten al te vertrouwelijk worden.”

Zijn probleem zal voor veel ZZPers herkenbaar zijn. In feite gaat het hier om twee vragen:

  1. Hoe hou je werk en privé gescheiden, zeker als je thuis werkt?
  2. Hoe bewaak je de grens tussen werk en privé in een gesprek met een zakelijke relatie?

Deze twee vragen ga ik ook in twee artikelen beantwoorden. De antwoorden op vraag 1 lees je vandaag, de antwoorden op vraag 2 op 25 maart.

Mis dit antwoord niet – schrijf je nu in op de website! (rechts boven).

Vandaag dus de eerste vraag: Hoe hou je als ZZPer werk en privé gescheiden, zeker als je thuis werkt?

1. Richt een aparte werkkamer in.

Als je huis groot genoeg is, werk dan in een ruimte en ontspan in een andere ruimte. Hou je daar strikt aan.

Nee, geen uitzonderingen.

Je ontspant beter als je je werk niet altijd voor ogen hebt.

2. Als dat niet kan: Sluit je werk echt af.

Zeker in grote steden heb je vaak niet genoeg ruimte voor een aparte werkkamer. Als je in je keuken of woonkamer moet werken:

  • Ruim je werk op als je klaar bent. Als je je werkmaterialen e.d. niet meer ziet, kun je je aandacht makkelijker op iets anders richten.
  • Een ritueel kan helpen om de dag af te sluiten. Andere fietsen naar huis, jij kunt een wandeling doen, koken, de krant lezen – iets wat je associeert met het einde van de werkdag. Maak er een routine van.
  • Ga ergens anders zitten of iets anders doen.
  • Deze blijft altijd geldig: Bekijk je werkmail niet meer. Vraag vrienden om je niet te mailen, maar te smsen of te appen als ze je snel willen bereiken.

3. Zorg voor een regelmatige dagindeling

  • Vaak werkt het goed om zo veel mogelijk op vaste tijden te werken.
  • Observeer wanneer jouw productieve tijden zijn. Voor sommige is dat in de ochtend, voor andere laat in de middag – alles kan. Pas je dagindeling daarop aan!
  • Als dat niet kan (ik denk bijvoorbeeld aan free-lance journalisten of ontwerpers met deadlines, die soms onregelmatig moeten werken): Hou desondanks een vaste structuur aan. Werk niet meer dan een bepaald aantal uren per dag. Bepaal elke dag opnieuw wanneer je stopt. Wijk daar alleen van af als je een heel goede reden hebt.

4. Plan je dag en je pauzes.

Maak pauzes! Dat doe je zo:

  • Het ontbijt is om te ontbijten, niet om je emails te bekijken.
  • Plan ook de lunch in. Ga er echt voor zitten en werk even niet.
  • Zorg ervoor dat je elke dag tenminste een keer naar buiten gaat! Ga boodschappen, doen, wandelen, spreek af met iemand, zorg dat je de deur uit komt.

5. Overweeg of je niet toch buiten de deur wil werken

  • Er zijn steeds meer flexplekken beschikbaar. Misschien is het goed om een of twee dagen per week (of meer) buiten de deur te werken? Dat kan veel uitmaken.

Heb jij een vraag? Wil je graag meer lezen over een bepaald onderwerp rondom werk en stress? Stuur me dan een mail met je vraag. Het antwoord is voor jou heel nuttig om te lezen, en voor mij heel leuk om te schrijven!

 

 

7 oorzaken van stress. Nr. 5: Te veel verantwoordelijkheid

In elke nieuwe baan heb je in het begin te veel verantwoordelijkheid.

Maar wat als dat niet voorbij gaat?

Wat als je niet voldoende opgeleid bent om het werk te doen?

Wat als je baas het laat afweten en jij het gevoel hebt dat jij het moet redden?

Te veel verantwoordelijkheid hebben kan dus veel verschillende oorzaken hebben.

Laten we de verschillende mogelijkheden even nader bekijken:

1. Je hebt te weinig kennis.

Het lijkt een open deur: onderzoek of je jouw gebrek aan kennis kunt inhalen.

Kun je een cursus bezoeken, en boek lezen, een collega vragen of zij je helpt?

Maar: wees realistisch! Kun je, en vooral: wil je de inspanning leveren?

2. Je hebt te weinig ervaring.

Heb je een nieuwe baan? Of ben je net afgestudeerd? Dan is het waarschijnlijk onderdeel van je leerproces. Weet dat het gevoel voorbij gaat!

Vind je dat het te weinig snel gaat? Zoek een mentor, die je begeleid, of zoek steun bij je collega’s. Je kunt veel leren van anderen!

Blijf je gevoel van onzekerheid langer bestaan, en heb je er last van? Dan is de kans groot dat het minder met je ervaring te maken heeft, maar met iets anders, bijvoorbeeld onzekerheid of faalangst.

Ook daar kun je iets aan doen! Onderzoek of je werkgever (of jij zelf) een coach wil betalen. Het is een investering, maar een die je veel slapeloze nachten kan besparen.

3. Je hebt te weinig tijd.

In dit artikel kun je lezen hoe je dat kunt aanpakken.

4. Je hebt te weinig regelmogelijkheden.

Wat heb je nodig: gereedschappen? Mensen die je helpen? Technische ondersteuning? Een beter georganiseerd team? Formele of informele autoriteit?

Onderzoek wat er precies aan de hand is. Vraag ook anderen wat ze denken dat er speelt.

Zijn er mogelijkheden om het anders te organiseren, ondersteuning te krijgen, het werk uit te besteden?

Heb je te weinig formele autoriteit? Bespreek met je baas of opdrachtgever of je de verantwoordelijkheid ook echt hebt. Nee? Dan doe het ook niet!

5. Je hebt een te groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Er zijn mensen die denken dat ze alles moeten oplossen en dat ze overal verantwoordelijkheid voor hebben. Ook als het niet kan.

Vraag jezelf eerlijk af:

  • Is je gevraagd om het te doen?
  • Of ben je bang dat je achteraf de schuld krijgt als het mislukt? En is dat een reële angst, of is het vooral jouw onzekerheid?
  • Heb je überhaupt de mogelijkheid en de tijd om het te doen?
  • Is het echt zo erg als het niet gebeurd?

6. Je bent te perfectionistisch.

Dat is voor veel mensen een probleem: het lijkt nobel, maar in feite wordt iedereen er gek van.

Lees hier waar je kunt beginnen als je je perfectionisme wil aanpakken.

7. Je hebt een te groot behoefte aan controle.

Veel mensen hebben het gevoel dat ze alles onder controle moeten hebben. En als dat niet lukt – is het een ramp! Denken ze. Maar is dat echt zo?

In dit artikel vind je een paar ideeën die je kunnen helpen om de controle een beetje meer los te laten.

8. Jij en je collega of baas interpreteren dezelfde situatie anders

Jij denkt dat de ander het moet doen, terwijl de ander denkt dat jij het doet, en het gaat mis.

Jouw conclusie: je moet het blijkbaar toch allemaal zelf doen.

Fout.

Dergelijke situaties zeggen iets over jullie samenwerking, en over de dynamiek, over niet uitgesproken of onduidelijke verwachtingen. Dus spring er niet zelf in, maar:

  • Ga met je collega aan tafel en bespreek de situatie.
  • Maak duidelijke afspraken wie wat doet, en met welke verwachtingen.
  • Als het goed gaat: zeg het!

9. De ander neemt zijn verantwoordelijkheid niet

De vraag is: weet hij überhaupt dat je dat van hem verwacht? Heb je ooit met hem gepraat? Misschien denkt hij hetzelfde over jou, en kunnen jullie samen een oplossing vinden.

Dus: ga praten! En hou de verwijten even voor jezelf. Probeer het constructief te houden. Hoe, dat lees je hier.

10. Je baas laat het jou oplossen, terwijl je er (nog) niet aan toe bent

Dit gebeurt vaak – misschien omdat je baas zelf nauwelijks de tijd heeft. Of omdat zij jouw capaciteiten verkeerd inschat.

Als dat zo is:

  • Geef aan dat je hulp nodig hebt.
  • Zeg duidelijk wat je wel en niet kunt, en wat je nodig hebt.
  • Zoek een mentor, die je ondersteunt.

Herken je je in een van deze redenen?

Ja? Dan wil ik jou als lezer van dit artikel een stap op weg helpen en je een gratis telefonisch verhelderingsgesprek aanbieden. Daarin bekijken wij jouw situatie grondig en uitvoerig. Op basis van deze informatie reik ik je een aantal strategieën aan hoe je zelf ervoor kunt zorgen dat je minder last hebt van je verantwoordelijkheidsgevoel.

Let op, in 2017 geef ik elke maand maar een gesprek weg!

Geïnteresseerd? Stuur me meteen een mail.

Je hoort zo snel mogelijk van me.

 

Lees ook de eerdere afleveringen:

Stressoorzaak 1: drukdrukdruk

Stressoorzaak 2: rolconflicten

Stressoorzaak 3: de vervelende baas

Stressoorzaak 4: verveling

7 oorzaken van stress. Nr. 3: de vervelende baas

Is er iets leukers dan mopperen over de baas?

Mopperen over de baas hoort er vaak een beetje bij. Het geeft een goed gevoel en versterkt de verbinding met je collega’s. Maar soms is er meer aan de hand: je baas kan je leven heel zwaar maken.

In dit artikel komen twee onderwerpen aan bod: ik geef je een algemeen stappenplan dat je altijd kunt toepassen. En ik ga in op de 5 meest voorkomende problemen met bazen.

En ik ben vooral ook benieuwd naar jouw ervaringen: wat is het ergste wat je ooit hebt meegemaakt met een baas? Beschrijf het in het commentaarveld hieronder!

Maar laten we eerst aan de slag gaan:

Het altijd toepasbare stappenplan

  1. Bedenk hoe je wil dat je baas zich gedraagt. Formuleer het positief en in gedragstermen. Bijvoorbeeld: Ik wil dat mijn baas mij duidelijk informeert.
  2. Observeer de situatie. Let er vooral op wanneer het een beetje beter gaat, dus wanneer je baas meer doet wat jij graag wil.
  3. Onderzoek: Wat is er anders als zij meer doet wat je wil? Zijn de omstandigheden anders, of jouw gedrag, of de situatie?
  4. Ga het testen: wat gebeurt er als je dat, wat anders was, weer doet? Helpt het ook deze keer weer?
  5. De kans is groot dat het werkt. Doe het dan vaker!
  6. Werkt het niet? Herhaal dan stap 1-4, en probeer het op een anderen manier.

Een voorbeeld:

Projectleider Paul was het zat dat hij maar wazige informatie kreeg van zijn directeur. Achteraf gaf de directeur vaak Paul de schuld als het niet goed ging. Toen Paul ging observeren viel hem op dat hij veel meer informatie kreeg als hij haar na de lunch benaderde, omdat zij dan ontspannen was, en als hij duidelijke vragen stelde. De werkrelatie en de werktevredenheid verbeterden daarna sterk.

Wat veel bazen verkeerd doen: de Top 5

Hoe kun je de 5 meest voorkomende fouten van bazen het hoofd bieden?

1. Je baas is heel controlerend

Het komt heel vaak voor: een baas die bang is om de controle te verliezen. Zij is uiteindelijk verantwoordelijk, misschien is ze ook onzeker, en ze wil daarom alle touwtjes in handen houden.

Je wordt er helemaal gek van!

Jouw beste kans om daar onderuit te komen, is het creëren van vertrouwen, zodat zij zich steeds veiliger voelt met jou en op een gegeven moment de teugels laat gaan.

  • Werk transparant en informeer je baas regelmatig (per mail of mondeling) over de stand van je project.
  • Als je iets gedaan hebt, laat het haar weten. Ze zal je dankbaar zijn omdat zij het dan kan loslaten.
  • Maak een tijdsplanning en hou je eraan. Vindt zij het opeens niet goed? Wijs haar op jullie afspraken.
  • Als je weet dat zij bijvoorbeeld spelling heel belangrijk vindt: laat je stuk eerst door een collega lezen.
  • Laat het haar weten als het goed gaat én als er problemen zijn!

Als je dat een tijd doet, is de kans groot dat je haar vertrouwen wint. Ze zal je langzaamaan meer je gang laten gaan omdat zij weet dat je haar informeert als er problemen zijn.

2. Je baas gedraagt zich kwetsend of heeft een kort lontje

Waarschijnlijk heeft het weinig met jou te maken dat je baas zo kwaad wordt.

Doe dus niet mee in de dynamiek, hoe verleidelijk dat ook moge zijn! Je kunt beter:

  • Rustig blijven en weinig reageren.
  • Ga niet mee in haar woede, en probeer haar ook niet te overtuigen dat het toch wel anders zit. Zij zal je op dat moment niet horen. Wacht tot de woedeuitbarsting voorbij is.
  • Als zij te ver gaat: Zeg tegen haar “Dit wordt mij te veel, laten we later verder praten” en verlaat de ruimte.
  • Kom later inderdaad weer terug, om het gesprek weer op te pakken.
  • Geef aan dat je best erover wil praten, maar niet op deze manier. Noem je grenzen.
  • Blijf beleefd en ga niet kruipen – dat dwingt respect af.
  • Zoek emotionele steun bij collega’s en vrienden.

3. Je baas vraagt te veel van je

Hoe je daarmee om kunt gaan, lees je in aflevering 1 van deze serie.

4. Je baas accepteert geen kritiek, en/of heeft weinig verstand van zaken

Kritiek ontvangen is voor sommige mensen heel lastig. En soms heb je een baas die de inhoud van je werk niet goed kent of begrijpt.

Even een kleine tussenvraag: heeft je baas echt geen verstand van zaken, of kijkt zij er op een andere manier tegen aan? Weet zij misschien meer van de achtergronden of het krachtenveld waarin jullie opereren, en maakt ze daarom andere keuzes?

Als je toch feedback wil geven (en over het algemeen is dat goed), doe het op een manier waarop zij het kan accepteren. Dus:

  • Noem het geen kritiek, vraag bijvoorbeeld of je baas geïnteresseerd is in jouw feedback of een observatie. Als ze ja zegt, ze er dus in feite om vraagt, is de kans veel groter dat ze je hoort.
  • Gebruik ik-boodschappen: “Ik vraag me af of we daar niet rekening mee moeten houden.”
  • Misschien moet er wat suiker bij: “Ik vond de vergadering heel goed. Ik kan me voorstellen dat het de volgende keer nog beter gaat als …”

5. Je baas geeft onduidelijke opdrachten, houdt zich niet aan afspraken en is achteraf ontevreden

Je krijgt wazige opdrachten en algemeenheden te horen, die van alles kunnen betekenen. Daarom doe je wat je zelf goed vindt – en achteraf zegt je baas dat je het anders had moeten doen, en dat jij niet luistert.

Of je baas houdt zich niet aan afspraken, die jullie gemaakt hebben.

Als dat jouw probleem is, zal je je moeten oefenen in de kunst van het vragen en van het samenvatten. Dus:

  • Jij zegt dat ik rekening moet houden met de klant. Wat bedoel je hiermee?
  • Wat wil je dat ik doe?
  • Welk resultaat verwacht je?
  • Als ik jou goed begrijp, wil je dat ik 1, 2 en 3 tot maandag avond doe. Klopt dat?

Stuur vervolgens per mail en vat samen hoe je de opdracht begrepen hebt. Vraag haar of dat zo juist is en of je niets vergeten bent. Laat het haar bevestigen.

Wat als het allemaal niet helpt?

Soms wordt de samenwerking met je baas niet beter, en soms leid je daar enorm onder.

Misschien is dan vertrekken en een nieuwe baan zoeken de enige oplossing. Als je het niet doet, zou het best kunnen dat je een heel dure prijs betaalt. Dus: hou niet krampachtig vast aan je baan of aan je rechten!

Ik wil het nu toch echt weten: Wat is het ergste dat je hebt meegemaakt met een baas? In het commentaarveld onderaan kun je het vertellen!

 

Over twee weken lees je meer over stressoorzaak nr. 4: wat als je je verveelt en niet uitgedaagd bent?

Eerdere afleveringen:

Oorzaak nr. 1: drukdrukdruk

Oorzaak nr. 2: rolconflicten

 

 

 

De 7 oorzaken van stress. Nr. 1: drukdrukdruk

Je heb veel te veel werk, het moet te snel of te goed

Hoge werkdruk is de “klassieke” oorzaak van stress – veel mensen denken zelfs dat dat de voornaamste oorzaak is.

Bijvoorbeeld advocaten, maar ook ondernemers hebben daar vaak last van: opdrachtgevers die in hun nek hijgen, waardoor alles heel snel moet gaan en toch tot het laatste puntje moet kloppen. Een combinatie van te veel, te snel en te goed dus.

Wat kun je doen als de druk te hoog is?

De basis: Breng in kaart wat je allemaal moet doen

Ja, dat kost inderdaad tijd, die je voor je gevoel niet hebt. Geloof me, als je een uurtje de tijd neemt (want meer is niet nodig), zal zich dat dubbel en dwars terugbetalen: je hebt helderheid, en je hebt het gevoel dat je meer controle hebt.

En dat helpt enorm! Dus:

  1. Maak een plan van wat er allemaal moet gebeuren.
  2. Zet erbij hoeveel tijd je nodig hebt om het werk te doen.
  3. Doe dat realistisch: reken er overal tenminste een derde meer tijd. Of anders gezegd, van de 8 uur plan je 5 tot hooguit 6 uur. Want je wordt ook gebeld en onderbroken, je hebt je dag niet of je moet een onverwacht brandje blussen.

Is jouw conclusie dat je inderdaad te veel werk hebt?

Dan kun je een heleboel dingen doen.

Oplossing 1: Werk samen met je team

Geef je grenzen aan bij je leidinggevende, collega’s of medewerkers. Dan kunnen jullie kijken hoe jullie het werk (deels) anders kunnen verdelen.

  • Onderzoek samen wie wat graag doet. De een werkt graag met excel, de ander vindt contact met klanten leuk, de derde boeit het inhoudelijke meer.
  • Spreek af wie wat gaat doen en hoe jullie het werk verdelen.
  • Het is belangrijk dat iedereen inspraak heeft, dus dat mensen en ook jij zelf kunnen aangeven wat ze willen en kunnen. Natuurlijk zullen er altijd mindergeliefde klussen overblijven, die je moet verdelen. Hoe minder dat is, hoe beter.

Wil je grondig onderzoeken wie welke talenten heeft, wat ze makkelijk afgaat en wat er gebeurt als ze onder druk staan? Dan is de ODC-drijfverentest het juiste hulpmiddel voor jou en je team.

Oplossing 2: Kijk naar je eigen rol

Je eigen rol bekijken vereist reflectie en zelfkritiek:

  • Zeg je altijd ja als iemand je hulp nodig heeft?
  • Vraagt iedereen altijd jou om hulp als ze een probleem hebben?
  • Wil je zelf graag helpen en betrokken zijn?
  • Doet zich dat op meerdere plekken voor, zowel op je werk als ook privé?

Als je op een van de vragen ja zegt, dan is het het waard om dit nader te bekijken. Natuurlijk, het spreekt voor je als je anderen helpt. Maar als het tenkoste van jezelf gaat, of als jij de rol op je neemt van troubleshooter, terwijl je taak eigenlijk een andere is, dan raak je in de problemen.

Vragen, die je jezelf kunt stellen:

  • Wat maakt dat je niet nee zegt?
  • Wat vind je zo fijn aan helpen?
  • Heb je een idee hoe het komt dat je het werk van de anderen liever doet dan je eigen werk?

Het zijn geen makkelijke vragen, maar ze zijn wel essentieel. Als het alleen niet lukt, vraag dan een vriendin of collega of zij je willen helpen en feedback willen geven.

Als je daar niets mee doet, zul je bij een volgende baan waarschijnlijk weer in dezelfde situatie belanden.

Oplossing 3: Plan beter

Ga even kijken:

  • Wat is belangrijk?
  • Wat is urgent?
  • Wat is urgent en belangrijk?

Over het algemeen kun je stellen dat de belangrijke en urgente dingen voorrang moeten krijgen, gevolgd door de belangrijke. Ik ga hier niet dieper op in, omdat er op internet al veel informatie over time management te vinden is.

Oplossing 4: Zeg nee

Nee zeggen: het lijkt de makkelijkste oplossing, maar voor veel mensen is het juist heel moeilijk.

Maar op een gegeven moment gaat het niet anders: je kunt het werk niet aan, je hebt de tijd niet, dus een deel van je werk zal moeten blijven liggen.

Belangrijk: zeg duidelijk nee, en laat het echt in de soep lopen als jouw nee alleen niet helpt. Anders komt de boodschap niet over. Want als je nee zegt, maar het (misschien onder protest) toch oplost, zal niets veranderen.

Mensen luisteren namelijk vooral naar gedrag en veel minder naar woorden.

Nee zeggen doe je dus het beste duidelijk:

  • “Nee, ik heb daar de tijd niet voor, project y neemt nu al mijn tijd in beslag.”
  • “Ik kan dit pas op vrijdag doen, daarvoor gaat het niet lukken.”
  • “Ik heb daar geen tijd voor. Kan het anders, korter, kleiner, door iemand anders gebeuren?”
  • “Als ik dit nu moet doen, heeft dat consequenties: dan kan ik dat niet doen.”

Nee is dus nee. Dat is niet altijd makkelijk. Hier vind je nog meer tips die je kunnen helpen.

Wat als je voldoende tijd hebt, maar de druk toch als een molensteen om je nek hangt?

Een reality check kan helpen: wat zijn je wensen, en wat zijn je mogelijkheden en beperkingen? Breng dat goed in kaart. Soms is dat al voldoende.

Als dat niet zo is, ga onderzoeken wat er aan de hand is:

  • Moet het van jezelf allemaal heel goed?
  • Vind je dat er geen fouten mogen gebeuren?
  • Heb je het idee dat anderen op je letten?
  • Wat speelt er nog meer?

Als het je lukt om te onderzoeken waar dit over gaat, dan kun je makkelijker wegen vinden om het anders te benaderen. Misschien kunnen vrienden je helpen, of een coach. De kans is namelijk groot dat het een probleem is waar je ook in een andere baan mee te maken krijgt. Als je het niet oplost, blijft het je achtervolgen.

Gelukkig kun je ook nu meteen dingen anders doen:

Oplossing 5: Maak meer pauzes

Maak regelmatig een korte pauze, en zeker als je je opgejaagd en druk voelt. Het lijkt tegenstrijdig, maar het werkt.

Oplossing 6:  Slaap voldoende

Zorg ervoor dat je voldoende slaap krijgt. Hoe, dat vind je hier.

Oplossing 7: Stop met piekeren

Als je je zorgen maakt, ga je misschien piekeren. Hoe je daarvan afkomt, lees je hier.

Oplossing 8: Ga meer leuke dingen doen!

Denk eraan dat je je mentale batterij weer moet aanvullen. Hoe je dat doet?

Dat is eigenlijk heel simpel:

  • Doe leuke dingen
  • Spreek af met vrienden
  • Ga lekker uit eten
  • Ga weer eens naar de film
  • Misschien toch maar weer sporten?
  • Wees aardig met jezelf!

Positieve ervaringen helpen enorm!

Vond je deze blogpost nuttig? Stuur het dan door aan vrienden of bekenden.

Denk je dat een gesprek met een coach je kan helpen? Of wil je meer weten over de ODC-drijverentest? Maak dan een afspraak voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek!

 

 

In 6 stappen je grenzen herkennen en bewaken

Grenzen herkennen en grenzen bewaken – het is een van de grootste uitdagingen voor veel mensen. Ze weten niet goed wanneer ze hun grenzen bereiken, en onder andere daardoor kunnen ze ze ook niet te stellen. Ze raken gestrest en uitgeput, en houden minder energie over dan ze willen.

Hoe merk je dat het je te veel wordt? Wat is het verschil tussen gewoon moe en oververmoeid zijn? En als je weet waar je grenzen liggen, wat doe je daar dan mee?

1. Grenzen zijn persoonlijk

De een wil altijd muziek op de achtergrond, de ander heeft stilte nodig. De een heeft gedetailleerde planning nodig, de ander laat het gewoon gebeuren. Dat is niet goed en niet slecht, het is gewoon anders.

2. Ontdek hoe je je grenzen voelt en herkent

Om te weten waar je grenzen liggen, kun je je lichaam en je emoties observeren.

Kijk terug op een recente situatie: Hoe voelde het toen het je te veel werd? Waren er lichamelijke veranderingen zoals druk op de borst? Hoofdpijn? Pijn in je schouders? Of werd je zenuwachtig? Geïrriteerd? Het kan van alles zijn.

Hoewel het niet prettig voelt, zijn deze reacties heel nuttig: je kunt ze gebruiken als waarschuwingssignalen. Zij laten zien dat je een grens aan het overschrijden bent.

Observeer ook je gedrag: Wordt je rigide? Minder flexibel?  Slaap je slecht? Heb je opeens veel meer vervelende discussies? Vind je je collega’s veel lastiger dan vroeger? Dan is de kans groot dat je echt gestrest bent.

Voor veel mensen zijn lichamelijke verschijnselen bijzonder nuttig omdat ze duidelijk zijn. Als je weet dat je druk op je borst voelt als iemand of iets over je grens heen dreigt te gaan, dan kun je dat gebruiken. Je lichaam laat je namelijk daarmee weten dat het nu even genoeg is. En je lichaam heeft bijna altijd gelijk!

Dat betekent meestal niet dat je ziek naar huis moet gaan, maar dat je bijvoorbeeld een pauze moet maken. Of dat je nee zegt op de vraag of je nog even kunt bijspringen.

3. Zo zeg je nee

Nee zeggen, dat is nou juist zo moeilijk.

Dus stel het antwoord uit: “Ik moet er even over nadenken.” Of zeg een beetje nee: “ok, maar over een kwartier moet ik weer verder.”

Een beetje nee zeggen is een goede oefening – zo leer je langzaam aan om helemaal nee te zeggen.

Blijf bij je nee! En observeer wat de ander doet als je nee zegt: de kans is groot dat zij gewoon iemand anders vraagt en het helemaal niet erg vindt dat je nee zegt.

4. Eigen veiligheid eerst!

Veel hulpverleners en artsen, maar ook anderen hebben soms de neiging om over alle grenzen heen te gaan omdat ze het goed willen doen.

Zij vergeten een essentiële brandweer-regel: Eigen veiligheid eerst! Want als je dood gaat of ziek wordt, kun je de ander niet meer helpen. Precies daarom zeggen ze in vliegtuigen trouwens ook dat je eerst zelf een zuurstofmasker moet pakken en pas daarna voor je kind moet zorgen.

Met andere woorden: Jouw nee is goed voor anderen!

5. Laat je niet inpalmen door lof

Lof en complimenten zijn verleidelijk: “Jij bent toch altijd zo goed met … wil je me even helpen?” Bedank voor het compliment, en blijf bij je besluit. De situatie is namelijk niet veranderd.

6. Zo vergeet je je lessen niet

Plak een briefje, waar groot NEE op staat, op je bureau, computer … zodat je het niet vergeet.

Heb jij ook moeite om grenzen te stellen, en heb je daar last van?

Dan wil ik jou als lezer van dit artikel een stap op weg helpen en je een gratis telefonisch verhelderingsgesprek aanbieden. Daarin bekijken wij jouw situatie grondig en uitvoerig. Op basis van deze informatie reik ik je een aantal strategieën aan hoe je zelf ervoor kunt zorgen dat je beter je grenzen herkent en stelt.

Let op, in 2017 geef ik elke maand maar een gesprek weg!

Geïnteresseerd? Stuur me meteen een mail.

Je hoort zo snel mogelijk van me.

10 tips voor een ontspannen vakantie

Nee, een ontspannen vakantie is niet vanzelfsprekend.

Je hebt veel te lang te druk gewerkt, en je wacht wanhopig op het moment waarop je alleen maar aan het strand kunt liggen. Maar je kinderen vragen aandacht, de tent is stuk, je partner wil ook wat van je, ze blijven je bellen van je werk … het lukt maar niet om te ontspannen. Na een week ben je nog net zo druk als in het begin, en je denkt de hele tijd dat je MOET ontspannen.

Nou, dat wordt niks.

Wat kun je doen om toch te ontspannen?

Tip 1: Doe het tegenovergestelde van wat je normaal doet: als je veel achter de computer zit, ga dan in de vakantie bewegen: ga wandelen, zwemmen, geniet van de natuur. Heb je in je beroep veel te maken met mensen? Zoek dan rust, en waak ervoor dat je niet constant iets aan het doen bent.

Tip 2: Je hebt meestal een paar dagen nodig om te begrijpen dat je nou echt met vakantie bent. Ga daarom een keer per jaar tenminste 2 weken en nog beter 3 weken weg. Dat hoeft niet ver te zijn: Bakkum is ook goed.

Tip 3: Je hebt  een paar dagen nodig om te wennen aan vakantie: in het begin lukt je vaak niet om ontspannen op het strand te liggen. Begin de vakantie daarom actiever, en ga pas na een paar dagen over naar een ontspannender programma.

Tip 4: Ga je met je gezin of met vrienden weg? Bespreek dan voor de vakantie wat iedereen wil doen. De ene wil niks doen, de andere wil mooie dorpjes bekijken, de derde wil alleen maar sporten, de vierde wil vooral feesten en slapen. Het is duidelijk: dat gaat moeilijk samen. Kijk hoe je alle wensen kunt combineren (bijvoorbeeld een beetje van alles), en doe ook dingen alleen. Ja, dat mag, je bent niet aan elkaar vastgeplakt! Vrijheid voor iedereen kan ervoor zorgen dat er minder spanningen optreden.

Tip 5: Ga niet je relatieproblemen tijdens de vakantie oplossen. De kans is groot dat het dan alleen maar erger wordt. Jullie hebben vakantie nodig, dus ga dat doen. Probeer te genieten van mooie dingen, stel je verwachtingen bij naar beneden (er gebeuren namelijk geen mirakels, ook op vakantie niet), doe af en toe iets alleen, en zorg ervoor dat jullie na de vakantie samen aan de slag gaan, bijvoorbeeld met een relatietherapeut.

Tip 6: Moet je bereikbaar zijn voor je werk? Spreek een tijd af waarop ze je kunnen bellen, luister een keer per dag je voicemail af, en laat het hierbij. Als je telefoon aanstaat, kun je niet ontspannen.

Tip 7: Spookt dat project in je hoofd rond? Bedenk je opeens wat je na de vakantie moet doen op je werk? Schrijf het even op en stop het briefje vervolgens weg. Zo vergeet je je idee niet. Bovendien kun je het makkelijker loslaten omdat je een gevoel van controle hebt en weet wat je na de vakantie moet doen. Alleen even noteren, verder niets!

Tip 8: Regent het de hele tijd? Zijn de attracties helemaal niet zo attractief of de camping slecht? Als je niet ergens anders naartoe kunt gaan, leef dan met de beperking. Je kunt er toch niets aan doen. Dus koop een regenjas en ga musea bekijken of naar het zwembad. Ergeren kost alleen maar energie, meer niet.

Tip 9: Wat vond je bijzonder leuk tijdens de vakantie? Misschien kun je dat integreren in je dagelijks leven. Ga af en toe zwemmen, volg die salsa-cursus, of ga een ijsje eten met je vriend.

Tip 10: Bekijk na de vakantie af en toe weer je vakantiefoto’s. Daar word je blij van!

Vond je de tips nuttig? Deel of like ze op Facebook, LinkedIn of Twitter. Onderaan staan de buttons zodat je dat makkelijk kunt doen!