Doelen bereiken – snel en effectief

Zo houd je je innerlijke Schweinehund in toom

Je kent het vast wel: je hebt allerlei goede voornemens en mooie plannen . Je wil het doen. Echt! Maar ja, je stelt toch uit, het komt er niet van, al weet je nog zo goed dat het gewoon goed is voor je.

In Zwitserland heb je daar een hele mooie uitdrukking voor: Het is je “innere Schweinehund” die je goede bedoelingen doet sneuvelen.

Ik heb nog geen goede vertaling kunnen vinden: je ‘innerlijke klootzaak/hufter’ is te grof, je zwakkere zelf klopt wel, maar spreekt niet tot de verbeelding. Voor nu hou ik het dus bij de innerlijke Schweinehund, dat is volgens mij wel duidelijk. Suggesties zijn welkom!

Zo werkt je Schweinehund

Jouw innerlijke Schweinehund is moeilijk in toom te houden, omdat hij je heel sluw ondergraaft.

Zodra je doel niet duidelijk is, (“ik moet vaker gaan sporten”), heeft hij meteen beet.

Soms zal hij je echter ook pakken als je niet echt gemotiveerd bent of de zin van de zaak niet inziet. Voordat je hem probeert uit te schakelen, moet je dus even checken hoe het daarmee zit: vind je het zelf nuttig? Sta je achter de actie? En: heb je een keuze?

Gelukkig zijn er een paar trucjes die helpen.

1. Zorg voor druk van buiten

Deadlines zijn soms erg vervelend. Tegelijkertijd zorgen ze er ook voor dat je in actie komt. Veel mensen hebben druk nodig om goed te functioneren. Daar kun je gebruik van maken.

Stap 1: Leg je erbij neer dat je zonder deadline weinig doet. Dat heb je met tenminste de helft van de bevolking gemeen en is helemaal niet erg.

Stap 2: Creëer deadlines. Blokkeer kort voor afloop van de deadline tijd in je agenda zodat je dan het werk kunt doen. Probeer het niet eens eerder! Je gaat het toch niet doen. Zo bespaar je jezelf veel stress en schuldgevoelens.

2. Waarom samenwerken en belonen helpt

Soms heb je een stok achter de deur nodig: spreek met een vriend of collega af wat je precies tot wanneer gaat doen. Als je het niet doet, betaal je een boete van bijvoorbeeld 5 of 10 Euro. Het moet in ieder geval een beetje pijn doen. Voor veel mensen werkt dit omdat je ten eerste waarschijnlijk schaamt als je tegen je vriend moet zeggen dat je het wéér niet gedaan hebt. Dus ga je het maar beter snel doen. Ten tweede willen veel mensen geen geld onnodig uitgeven. Ten derde doe je het samen, en dat motiveert enorm!

Maar ook belonen helpt: als je iets wat je tegenstaat, doet, beloon jezelf dan! Eet iets lekkers, doe iets wat je fijn vindt. Maar pas daarna!

3. Zet jezelf vast

Als het om belangrijke zaken gaat, ben ik een grote voorstander van het grondig uitschakelen van je innerlijke Schweinehund. Bijvoorbeeld als het om langetermijn-doelen gaat. Ik ben bijvoorbeeld lid van het ZZP Pensioen, een regeling voor zelfstandigen, die door een aantal zelfstandigen-organisaties in het leven is geroepen. Daar spaar ik dus geld voor later. Voor mij is deze regeling een belangrijk trucje om het te winnen van mijn eigen Schweinehund: hij wil namelijk het geld dat ik nu verdien liever uitgeven voor allerlei nuttige of ook niet zo nuttige dingen. Sparen voor mijn pensioen later vindt hij helemaal niks, want het kost nu geld.

Mijn verstandige ik weet echter dat het heel goed is als ik pensioen opbouw. Daarom maak ik het geld dat ik kan missen altijd heel snel over naar de pensioenrekening. Dan is het weg en kan ik er in principe niet meer bij (er zijn wel wat uitzonderingen). Had ik het op mijn eigen rekening staan, zou ik mijn Schweinehund veel te vaak moeten tegenhouden. Nu doet het systeem het voor mij, en dat ervaar ik als zeer geruststellend. Bovendien weet ik dat mijn 80-jarige zelf de Alexandra van nu daar heel dankbaar voor zal zijn.

Met andere woorden: schep voldongen feiten, die je ook op een zwak moment niet kunt veranderen.

Meer tips of zelfs een vertaling?

Ik ben heel benieuwd wat jij doet om je innerlijke Schweinehund in bedwang te houden.

Je doet me een groot plezier als je me jouw antwoord of idee mailt of onderaan deelt. Bedankt!

 

 

 

 

Hoe verander je een gewoonte?

Waarom werken AA en andere soortgelijke verslavingsprogramma’s? Hoe lukt het mensen om hun gewoontes te veranderen? Hoe lukt het jou?

Verrassend genoeg volgen gewoontes een bepaald principe. Als je dit begrijpt, heb je de sleutel voor verandering in handen. Dit principe en nog veel meer beschrijft Charles Duhigg in zijn fascinerende boek “Macht der gewoonte. Waarom we doen wat we doen en hoe we dat kunnen veranderen”.

De basis van een gewoonte

Ons leven hangt samen van gewoontes. Hoe jouw ochtend eruitziet (ga je meteen onder de douche? Of zoek je eerst je kleren voor de dag? Of …) heeft alles te maken met gewoontes. Het zou namelijk net zo goed ook anders kunnen. Maar daar wil je echt niet elke ochtend over nadenken. Dus je doet het zoals altijd, want dat is lekker makkelijk, en het zorgt ervoor dat je alles noodzakelijke gedaan hebt voordat je de deur uitgaat.

De 3 ingrediënten van een gewoonte

Elke gewoonte volgt hetzelfde principe.

Hij bestaat namelijk altijd uit dezelfde 3 ingrediënten. Dat zijn:

  • een stimulans (de wekker gaat)
  • een routine (opstaan en onder de douche stappen)
  • een beloning (het lekker frisse gevoel)

Hetzelfde principe geldt voor alle gewoontes, bijvoorbeeld ook voor mensen die te veel drinken:

  • een stimulans (stress, je zorgen maken)
  • een routine (een glas wijn drinken)
  • een beloning (ontspanning)

Zo verander je een gewoonte

Inmiddels is ook wetenschappelijk secuur aangetoond, dat succesvolle gewoonteverandering altijd een vast stramien volgt: stimulans en beloning blijven hetzelfde, alleen de routine verandert. Dat is de sleutel!

In het geval van AA betekent dat:

  • een stimulans (stress, je zorgen maken)
  • een routine (naar een AA-meeting gaan of met je sponsor praten over je stress en zorgen)
  • een beloning (ontspanning)

Natuurlijk, in het geval van bijvoorbeeld een verslaving of andere complexe problemen komt er meer kijken dan alleen dit. Maar ook dan is dit principe van groot belang. Dat kunnen we voor ons dagelijks leven uitstekend gebruiken.

Wat betekent dat voor jou?

Als jij een gewoonte wil veranderen, dan moet je ze eerst ontleden. Dat betekent dat je jezelf en je gedrag goed observeert, zodat je erachter komt wat stimulans en beloning zijn.

Een voorbeeld: Stel, je wil jezelf afleren om ’s ochtends meteen je mail te bekijken omdat je dat te veel tijd kost. In plaats daarvan wil je eerst wat werk verzetten, en pas een uur later kijken. Dan ziet de oude gewoonte er zo uit:

  • een stimulans (’s ochtends je kantoor binnenkomen en op je bureaustoel gaan zitten)
  • een routine (je mails bekijken)
  • een beloning (een gevoel van controle)

Dat zou de nieuwe gewoonte kunnen zijn:

  • een stimulans (’s ochtends je kantoor binnenlopen en op je bureaustoel gaan zitten)
  • een routine (een geconcentreerde actie, bijvoorbeeld een rapport schrijven of een lastig telefoontje plegen)
  • een beloning (een gevoel van controle)

Observeer bij jezelf hoe het voor jou werkt, en wat de beloning is. Ga ermee spelen. Je moet het altijd uittesten, want het kan nauw luisteren. Neem nou het email-voorbeeld: gaat het om controle? Om nieuwsgierigheid? Om het gevoel, verbonden te zijn met de wereld? Dat moet je weten, zodat je jouw nieuwe routine goed kunt kiezen en ze dezelfde beloning oplevert.

Heb je hem te pakken? Dan wordt het steeds makkelijker, hoe vaker je het doet. Natuurlijk, het zal niet altijd lukken. Niet erg, de volgende dag pak je het gewoon weer op. Op een gegeven moment is het een gewoonte geworden.

Wil je hierover of over een andere vraag in gesprek gaan met mij? Dat kan natuurlijk altijd. Stuur een mail, of bel me op 06 81 88 33 37.

Ik wens je heel veel succes!

 

Wat doe je met die lastige collega?

lastige-collegaElisa wordt er helemaal gek van. Alles wat haar collega Kees doet vindt hij geweldig, terwijl hij niet alleen weinig werkt, maar ook weinig bereikt. Maar dat deert hem niet: hij paradeert door het kantoor alsof het van hem is, kleineert de medewerkers en verstoort de sfeer. De manier waarop hij met klanten omgaat is zo arrogant dat zij zich er gewoon voor schaamt. Maar wat kan ze doen? Hij luistert toch niet. Elisa wordt steeds geïrriteerder en trekt zich meer en meer terug.

Of wat denk je van Helen, de controlerende perfectionist? Zij wil alles onder controle hebben en ze gaat over zo ongeveer elk detail in discussie. Een micro-manager dus. Gevolg: Helen is inmiddels bijna overspannen, haar collega’s worden gek van haar en werken steeds ongemotiveerder. Zij laten steeds meer aan haar over, want wat ze doen is toch nooit goed genoeg.

Samenwerkingsproblemen zoals deze hebben enorme gevolgen: de sfeer wordt steeds slechter, de ontevredenheid groter, de kwaliteit van het werk daalt, de kans op fouten en gemiste kansen groeit, waardoor de kosten stijgen en de inkomsten dalen.

Wat kun je heel concreet doen?

Lastige collega’s, grote ego’s, tegenstrijdige belangen en verschillende manieren van werken vind je in elk team.

Deels hoort dat erbij, en is het de vraag hoe je de spanningen die deze verschillen oproepen goed kunt hanteren en zelfs als kracht kunt gebruiken. Soms echter leveren verschillen grote problemen en enorme irritaties op.

Maar je kent ongetwijfeld ook voorbeelden van teams die ondanks of juist dankzij de verschillen goed opereren, waar mensen ’s ochtends fluitend naar hun werk gaan  en met veel succes en voldoening werken. Hoe doen zij dat?

Jij kunt zelf veel doen om dit met je team te bereiken! Bijvoorbeeld deze 3 dingen:

1. Onderzoek het systeem

Elke groep is een systeem, en alles wat jij doet of niet doet, heeft direct invloed op wat de anderen doen, denken of voelen. En vice versa.

Denk bijvoorbeeld aan Helen, de micromanager: Helen controleert het werk van anderen tot in detail, omdat zij zeker wil zijn dat het allemaal goed gedaan is. Als ze het niet doet, kan ze het niet loslaten en piekert ze thuis of er niets is misgegaan. Daarmee komt een vicieuze cirkel op gang: hoe meer Helen controleert, hoe minder haar collega’s doen. Want waarvoor zouden ze moeite doen als Helen het toch altijd beter weet? Daardoor gaat Helen nog meer op de details letten, doen haar collega’s nog minder en … afijn, het averechtse effect van Helens gedrag is duidelijk.

Dus: Als je bijvoorbeeld wil dat mensen de eigen verantwoordelijkheid nemen, moet je ze dat ook laten doen, ook al gaat het niet altijd helemaal perfect. Loslaten dus, hoe moeilijk dat soms ook is.

Ook bij andere, hardnekkige problemen loont het om te onderzoeken wat er in het systeem aan de hand is, welke gevolgen jouw gedrag en dat van anderen op elkaar heeft. Het werkt het beste als je dit samen met het hele team gaat onderzoeken en bespreken.

2. Pas op voor de zelfrechtvaardigings-spiraal

Een van de boosdoeners van samenwerkingsproblemen is zelfrechtvaardiging. Jij hebt een zelfbeeld, je ziet jezelf bijvoorbeeld als eerlijk, ambitieus of betrokken. Wat als je iets doet dat niet bij je zelfbeeld past? Zoals dat ons allemaal dagelijks gebeurt?

Juist, je gaat het rechtvaardigen. Bijvoorbeeld:

  • Gedraag je je kortaf tegen een lastige collega? Hij is ook zo een zeurkop, daarom deed je dat.
  • Heb je niet gedaan wat je beloofd hebt? Het was ook zo druk, je kon niet anders, dus het is niet jouw schuld dat de ander in de problemen kwam.
  • Heb je iets over het hoofd gezien? Ach, niemand is perfect.

Veel problemen in groepen hebben te maken met zelfrechtvaardiging op beide kanten. Denk bijvoorbeeld aan twee ruziënde partners: zij zijn constant bezig om de ruzie te rechtvaardigen, wat zij goed doen, wat de ander verkeerd doet en waarom het de schuld van de ander is.

Daardoor wordt het voor beide steeds lastiger om ook vanuit het standpunt van de ander te kijken en er gezamenlijk uit te komen. Want als je dat doet, moet je ook kunnen zien en zeggen dat ook jij fouten gemaakt hebt. Dat wordt, naarmate het langer duurt, steeds moeilijker.

Het vergt moed en zelfinzicht om het anders te doen, om te reflecteren op het eigen aandeel én je te verplaatsen in de ander. Als het lukt, levert het een enorm krachtige samenwerking op. Dat is niet altijd makkelijk, maar enorm productief, lerend en ontzettend bevredigend.

Als je je in het thema zelfrechtvaardiging wil verdiepen, beveel ik je het boek van Carol Tavris en Elliot Aronson aan: “Mistakes Were Made (But Not by Me): Why We Justify Foolish Beliefs, Bad Decisions, and Hurtful Acts”. Het is helaas niet in het Nederlands verkrijgbaar. Toch is het heel prettig leesbaar en sowieso boeiend. En je zult je net zoals ik af en toe betrapt voelen als je je eigen gedrag herkent.

3. Niet alleen de ander kan veranderen. Jij kunt het ook.

Elisa uit het bovenstaande voorbeeld lukte het niet om Kees te veranderen. Hij bleef haar mateloos irriteren en onderuithalen.

Totdat zij zelf iets veranderde: zij onderzocht samen met mij wat er aan de hand was en waarom zijn gedrag haar zo raakte. Haar verrassing was groot toen ze erachter kwam wat er speelde: het had namelijk weinig met Kees te maken. Haar inzichten openden de deur om zelf de regie te pakken en de ruimte in te nemen die ze nodig had. Daardoor nam haar irritatie af, groeide haar zelfvertrouwen en veranderde zowel het gedrag van Kees als ook hun onderlinge relatie. Inmiddels gaat het uitstekend met haar.

Met andere worden: Jij kunt er altijd iets aan doen, ook al weet je nu misschien nog niet wat het is en hoe je dat doet.

Zie je het nog niet voor je? Pak dan je kans!

Ik ben me er zeer van bewust dat deze tips niet altijd makkelijk te implementeren zijn. Maar ze werken wel.

Vind je het lastig om jouw eigen situatie te begrijpen en te zien welke stappen je kunt zetten?

Neem dan per mail contact op, en we gaan in een vrijblijvend gesprek kort naar jouw verhaal en de mogelijkheden kijken die je hebt, zodat jij weer een stap verder kunt. Doe dat nog deze week, tot en met vrijdag 7 oktober dus!

Nieuwe serie: 7 keer afweer

AfweerElke dag heb je de maken met vervelende situaties, irriterende mensen en lastige emoties.

Nuttig dus als je manieren ontwikkelt hoe je daarmee kunt omgaan, zonder dat je helemaal gek wordt of het je enorm bezwaart. Want uiteindelijk wil je vervelende dingen zo veel mogelijk afweren en een fijn leven hebben.

Hoe werkt afweer dan?

Je hebt daarom (net zoals iedereen) allerlei afweermechanismes ontwikkeld om ervoor te zorgen dat vervelende belevenissen en gedachtes je niet raken. Deze mechanismes, eigenlijk mentale afweertrucjes, heb je hard nodig. Ze beschermen je.

Soms echter werken ze ook averechts en kom je door je eigen afweerreacties in de problemen.

Daarom is het goed als je weet hoe jouw afweermechanismes werken, en vooral wanneer ze nuttig zijn en wanneer niet. Dat is zo makkelijk nog niet, want deze trucjes heb je al zo vaak gebruikt dat je het niet eens meer doorhebt als je het doet. Ze zijn onbewust geworden.

Hoe weet je of je afweer je helpt of niet?

Wil je makkelijker en lichter door het leven gaan, zodat je je werk beter aankunt, je meer voor elkaar krijgt en je minder struikelt over je eigen valkuilen?

Als je dat wil, pak het dan aan: ontdek hoe jouw afweer werkt. Dan pas kun je meer regie nemen in je werk en in je (werk)relaties. Zelfs teams kunnen trouwens helemaal ontregeld raken door afweerreacties van hun leden (of door de afweerreactie van het hele team, want die bestaat ook).

Daarom start ik 2016 met een serie van 7 artikelen over afweermechanismen.

In een vorige serie in 2015 kon je meer lezen over vervelende gevoelens en hoe je ermee om kunt gaan (ik schreef over angst, schuld, schaamte, verdriet, boosheid, jaloezie en afgunst). Mijn nieuwe serie is als het ware een vervolg en gaat erover wat we doen om deze gevoelens niet te hoeven voelen.

Erachter komen hoe je afweer in elkaar zit en wanneer ze wel en niet nuttig is is niet makkelijk. Deze lastige, uitdagende vraag ga ik daarom in de volgende artikelen wat meer verhelderen. Zodat je kennis en vooral je zelfkennis kunt gebruiken om steviger in het (werkende) leven te staan.

Wat voor afweermechanismes zijn er?

Er zijn tal van verschillende afweermechanismes, die afhankelijk van de wetenschappelijke stroming verschillend genoemd worden. Hier en hier lees je er meer over.

Elke persoon heeft in de keuze van afweermechanismen zijn of haar eigen voorkeur: sommige rationaliseren veel, andere worden bang of boos, of ze vluchten bijvoorbeeld in dromen.

Ik maak voor mijn serie een heel persoonlijke keuze, gebaseerd op wat ik bijzonder vaak tegenkom bij mijn cliënten.

Mijn volgende 7 artikelen gaan dus over:

1. Rationaliseren

Dit is misschien wel de meest herkenbare afweer: teruggaan naar de ratio, naar het verstand. Vaak nuttig, soms echter minder handig. Ik heb al een heleboel mensen in de problemen zien komen omdat het verstand te veel gewicht kreeg bij het maken van keuzes.

2. Boosheid

Ook dat zullen de meesten van ons herkennen: iets gaat mis, en we zijn boos op de ander (of op de NS, Den Haag, het weer…).

3. Verdringen/ontkennen

Is het je ooit gebeurd dat je iets onaangenaams of heftigs meemaakte, en je jezelf ervan overtuigde dat het niet zo erg was? Dat het je bijvoorbeeld helemaal niet uitmaakt dat je contract niet verlengd wordt? Maar … was dat echt zo, of kon je het toen even niet aan?

4. Angst en twijfel

Dit zijn eigenlijk twee verschillende afweren: ze beschermen je allebei voor actie, behoeden je ervoor om het verkeerde te doen. Ze behoeden je er soms ook voor om het juiste te doen, helaas.

5. Projectie

Herinner je de laatste keer dat je chagrijnig of geïrriteerd was? Heb je toen een ander verweten dat hij/zij chagrijnig of vervelend was? Dat heet projectie: je verwijt de ander wat je zelf voelt.

6. Dromen (vlucht)

Dromen is heel onschuldig en is vaak ook fijn, dat klopt. Er zijn echter mensen die hun eigen leven bijna missen omdat ze dromen, of omdat ze altijd denken “als dit gebeurt, dan komt het goed”. Maar is dat wel zo?

7. Splitsen

Deze afweer komt vaak voor, maar is wat moeilijker te begrijpen of te herkennen. Onduidelijke situaties en gemengde gevoelens zijn voor ons lastig te verdragen. Als je dat te moeilijk vindt, ga je splitsen: het is of helemaal goed, of helemaal slecht. Collega Anne is geweldig, collega Lotte verschrikkelijk. Zo simpel is het natuurlijk niet, maar nuances zien en handhaven en vooral voelen is soms gewoon te veel.

Mis deze serie niet! Sta je nog niet op de mailinglist? Download dan het ebook rechts boven aan deze pagina, en je ontvangt de artikelen vanzelf elke 3 weken in je inbox.

Heb je een bepaalde vraag of wil je iets weten? Mail me!

De valkuil van doelen stellen

Nu, na de vakantie, gaan veel mensen doelen stellen, want ze willen echt iets bereiken.

Jij ook?

Grote kans dat het niet lukt.

Vaak zijn het namelijk doelen die een soort morele verwachting aan jezelf bevatten. “Ik wil steviger staan tegenover over mijn baas.” “Ik laat me niet meer gek maken door de contractonderhandelingen met ziektekostenverzekeringen.” “Ik ga vaker nee zeggen.”

procesdoelNiets mis met de wens, maar als doel deugen ze niet.

Nee, niet omdat ze niet meetbaar zijn. Ook niet, omdat ze niet SMART zijn.

Deze doelen zijn veel te groot en veel te onduidelijk. Bovendien is de kans groot dat dat jouw doel draait om een valkuil, die je van jezelf al lang kent.

 

Denk je nou echt dat dit met een goed voornemen en een gevoel van urgentie verdwijnt?

Met andere worden: een dergelijk doel is zo goed als kansloos.

Maar ja, hoe doe je het dan wel?

1. Onderzoek het probleem

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Wat is het probleem?
  • Hoe komt het tot stand?
  • Zijn er nog meer redenen en oorzaken?
  • Wie heeft er allemaal invloed op?
  • Wat kan ik zelf alleen beïnvloeden?

Het antwoord op deze laatste vraag is de basis voor de volgende stappen.

2. Maak er een procesdoel van (en geen einddoel)

Stel, je wil rustig blijven in onderhandelingen met iemand. Ziektekostenverzekeringen, je baas, je opdrachtgever …

In stap 1 heb je uitgewerkt wat er allemaal van invloed is: de economische omstandigheden, de zakelijke en persoonlijke situatie van je gesprekspartner, de druk waar hij of zij onder staat, feitelijke of wettelijke vereisten, de druk waar jij onder staat, hoe goed je geslapen hebt … enzovoort.

Je ziet al, er zijn enorm veel factoren die een rol spelen. De meeste kun jij niet beïnvloeden.

Waar je wel invloed op hebt is jouw eigen gedrag, in dit geval de manier waarop je het gesprek voert.

Bijvoorbeeld:

  • Je geeft op een voorstel niet direct antwoord, maar je zegt dat je er eerst over na wil denken.
  • Je maakt je standpunt duidelijk.
  • Je stelt vragen.
  • Je gaat niet op het puntje van je stoel zitten, maar je leunt achterover.

Dat heet een procesdoel, in tegenstelling tot een einddoel. Je benoemt niet het resultaat, maar welk gedrag jij laat zien, gedrag, waarvan jij denkt dat het bijdraagt aan jouw succes.

3. Maak het concreet

Maak het procesdoel zo concreet mogelijk, en houd het klein en realistisch.

Voor een onderhandeling kun je bijvoorbeeld procesdoelen zoals deze stellen:

  • 2 punten die je zeker tijdens het gesprek wil noemen.
  • Je gaat op elk voorstel zeggen “Ik denk erover na en kom morgen bij je terug”.
  • Tenminste 3 vragen stellen.
  • Stevig zitten, met beide voeten op de grond.

Het resultaat?

  • Je doel is haalbaar, daarom is de kans dat je met een succesvol gevoel verder onderhandelt, groot. En dat wederom verhoogt je kansen op succes enorm.
  • Het gesprek loopt soepeler omdat je duidelijker bent.
  • Je krijgt meer informatie waar je iets mee kunt.
  • Je bereikt meer omdat je je punt maakt en voor jezelf ruimte creëert om na te denken.
  • Je leert wat werkt.

En het beste van allemaal:

Procesdoelen zijn vooral dan nuttig, als je iets heel moeilijk vindt!

Wat is jouw procesdoel voor vandaag?

 

 

 

 

De volgende stap? Zo gaat het beter

Het viel je misschien op: mijn laatste artikel was een beetje anders dan anders.

Ik probeerde iets uit, bood een strategiesessie aan, en dat vond ik best wel eng. Het leverde ook nog gemengde reacties op: niet iedereen was er blij mee.

Hoe heb jij het ervaren?

Waarom opeens anders?

Op dit moment help ik de meeste mensen individueel als coach: zij zijn gestrest, of ze weten niet hoe ze verder willen met hun loopbaan, en komen daarom bij mij.

Stress ontstaat soms ook door problemen in de samenwerking, en daarom begeleid ik steeds vaker teams. Dit vind ik ontzettend leuk om te doen!

Daarom wil ik mijn bedrijf uitbreiden, zodat ik allebei kan doen: zowel met individuen als ook met teams werken. Gevolg: ik moet een nieuwe klantengroep aanspreken. En dat probeerde ik.

Ik wist niet of het zou werken als mijn lezers, die gewend waren om te lezen over individuele vraagstukken, opeens iets horen over teams.

En nog veel enger vond ik het om niet gewoon inhoudelijk iets te vertellen, maar om een concreet aanbod te doen, ook al weet ik zelf zeker dat het waardevol is. Maar ja …

Ik ben in het diepe gesprongen, en ik ben heel blij dat ik het gedaan heb.  Het heeft me bovendien een aantal dingen geleerd, die voor jou ook handig kunnen zijn.

1. Wil je groeien? Stap dan uit je comfort zone.

Uit je comfort zone stappen is doodeng. Dat vind ik althans. Want ik ben best wel bang voor afwijzing. Maar ja, aan de andere kant weet ik dat, als ik het niet durf, ik nooit iets ga bereiken.

Ik raapte dus mijn moed bij elkaar en ging het aan. Ik drukte op de “Send”-knop.

En het viel heel erg mee! Sterker nog, ik was er trots op, en het hielp mij om beter te beseffen wat ik goed doe en wat ik anders moet aanpakken. Dan had ik anders nooit geweten.

De belangrijkste les: uit je comfort zone stappen lijkt enger dan het is.

  • Want angstige fantasieën zijn altijd erger dan de realiteit.
  • Als je het gedaan hebt, dan ben je echt trots op jezelf! Ik was het ook :-), en dat is een lekker gevoel.
  • Je leert ervan, en de volgende keer gaat het al beter en makkelijker.

2. Iets engs doe je makkelijker als je steun hebt.

Een van de dingen die mij hielpen was steun. Die steun was er op twee manieren:

  • Kennis en kunde: informatie helpt je om betere keuzes te maken. Een structuur, een methode of een goed voorbeeld biedt houvast. Maak er gebruik van.
  • Ik heb een geweldige mentor, een “buddy”, die mij helpt om spannende zakelijke stappen te zetten. Zij steunt mij, zet mij aan tot actie en helpt mij om mijn angst te verdragen. Dat helpt enorm!

Informatie en mentale steun zijn essentieel. Zorg ervoor dat je allebei hebt!

3. Het geheim ligt … in de actie!

Alleen als je iets uitprobeert, kom je erachter of het werkt.

Als ik iets spannends wil doen, dan verzin ik net zoals misschien ook jij allerlei dingen die ik eerst moet aanpakken. Even die email beantwoorden. Even dat regelen. Even een beetje ontwijken en vermijden …

Hoe langer je ontwijkt, hoe moeilijker en frustrerender het wordt.

Dan is het het beste om snel een eerste stap te zetten. Voordat je er helemaal zeker van bent. Als je eenmaal in beweging bent, wordt het namelijk makkelijker.

De resultaten van je actie geven je enorm veel waardevolle informatie. Bovendien kun je het zo goed als altijd herstellen als het minder goed ging.

Blijven aanscherpen dus. Met vallen en opstaan.

Bovendien: als je in actie komt, gaat er hoe dan ook iets gebeuren. Er komt beweging. En dat is nou juist wat je nodig hebt.

Dus: Spring voordat je weet of het helemaal goed is! Alleen door het te doen ervaar je écht wat werkt en wat anders moet.

Welke spannende actie ga jij nemen?

 

 

Over perfectionisme: wanneer is het goed genoeg?

Wat een stress… het moet nog beter, nee, het moet perfect! Maar ja, er is geen tijd!

Dan maar even dat etentje afzeggen. Of piekeren.

Ken je dat soort gedachtes?

Ben je perfectionistisch?

Perfectionisme is voor veel mensen niet prettig, sterker nog, het is zelfs ongezond.

Tal van onderzoeken laten zien dat perfectionisten oververtegenwoordigd zijn als het om burnout en overspanning gaat.

Perfectionisten bereiken hun doelen meestal niet helemaal. Want het kan altijd beter. Of ze maken juist meer fouten. In het Duits heb je daarvoor een mooi woord: “verschlimmbessern”, vrij vertaald “verslechtbeteren”.

Ik durf te zeggen dat een groot deel van mijn klanten hun werk té goed wil doen.

Eerlijk is eerlijk – ik heb die neiging soms ook, tot mijn spijt.

Dit artikel is trouwens geen pleidooi voor middelmatigheid.

Het is een pleidooi voor goed genoeg. Doen, wat nodig is.

Maar ja, wanneer is iets goed genoeg?

Het betekent dat je je best doet. Dat het voldoet.

Belangrijk ook: het moet in verhouding blijven met wat er op het spel staat. Natuurlijk is een tikfout buitengewoon ergerlijk. Maar is het echt een groot probleem?

Wat doe je als je perfectionistisch ingesteld bent?

Er zijn twee mogelijkheden, eentje op de korte termijn, en eentje op de lange termijn.

De grote oplossing

Als je het grondig wil aanpakken, is het goed om te onderzoeken waar jou behoefte om alles perfect te doen vandaan komt.

Wat is je angst? Ben je bijvoorbeeld bang dat je afgewezen wordt als het niet perfect is? Wat maakt, dat perfectie zo belangrijk is, en fouten zo erg?

Ik ga op deze grote oplossing nu niet verder in, want ze vereist veel: veel tijd, veel reflectie, veel onderzoek van jezelf en je emoties, van je gedragspatronen en meer.

Soms helpen al een paar stappen:

Oplossingen voor nu

1. Onderzoek wanneer iets perfect is.

Bepaal jij dat? Of is dat een universeel idee? Waar ligt de grens tussen heel goed en perfect?

Waarschijnlijk kom je erachter dat perfectie subjectief is en niet helder te bepalen.

Als je dat anders ziet: schrijf een commentaar onderaan de pagina!

2. Als perfectie niet kan …

… betekent dat dat je eindeloos bezig bent. Het kan namelijk altijd anders. En misschien is anders beter. Misschien ook niet. Of toch?

Daar hang je al.

Het resultaat: veel werk, veel frustratie, weinig tevredenheid.

3. Bevraag je eigen aannames

Is het inderdaad zo dat je ontslagen wordt als je deze klus niet perfect afrondt?

Is het inderdaad zo dat je patienten weglopen omdat een consult niet perfect was?

Is het inderdaad zo dat je collega’s je uitsluiten of dom vinden omdat je geen perfect antwoord had?

4. Probeer het uit: ga morgen een dagje middelmatig werken.

Doe je best en werk morgen middelmatig. Dat is eng, maar geloof me, het kan.

Wat gebeurt er? Reageert er iemand op?

Of gebeurt er misschien zelfs helemaal niks?

Ik denk dat het dat laatste is.

Als jij middelmatig probeert te werken, dan zal het nog steeds heel goed zijn, goed genoeg dus.

En de mensen om je heen merken waarschijnlijk maar een verschil: je bent ontspannener.

Probeer het uit!

 

 

 

Wat is jouw focus voor een geweldig 2015?

Wat zijn je goede voornemens voor 2015?

Ik heb er geen, moet ik toegeven… bij mij sneuvelen goede voornemens altijd al in de eerste week van januari, dus ik laat het inmiddels gewoon.

Lukken jouw voornemens beter?

Er is een ding dat ik wel doe: Ik neem even een momentje en denk na hoe het afgelopen jaar was.

-Wat ging goed?
-War ben ik blij mee en trots op?
-Wat waren mijlpalen?
-Waarover ben ik nog niet helemaal tevreden?
-Wat zijn mijn focuspunten in 2015?

Het is toch elke keer weer boeiend om te zien hoeveel er gebeurd is, hoe goed het vaak was en hoe moeilijk het soms leek.

En het is fijn om 1 of 2 focuspunten voor het volgende jaar te kiezen. Niet meer dan dat, want anders gaat het voor mij niet meer werken.

Het wordt dan te onduidelijk, te weinig … ja, gefocust.

Een ding wil ik heel graag weten van je:

Wat is jouw focuspunt?

Daar ben ik benieuwd naar!

Schrijf in het commentaarveld onderaan dit artikel.

Ik wens jou dat je kunt genieten en trots kunt zijn op je successen en fijne ervaringen van 2014.

Ik hoop dat je vrede kunt sluiten met dat, wat minder goed was, dat pijnlijk was of lastig.

En ik wens je natuurlijk een geweldig en fijn 2015!

Met hartelijke groet,

Alexandra

PS. Niet vergeten… wat is jouw focuspunt? Scroll naar beneden en laat een commentaar achter. Dankje!

PPS. Een van mijn stappen voor 2015 kan ik al zeggen … er komt een nieuwe website aan, en ik ben heel benieuwd wat je ervan gaat vinden. Het duurt nog maar een paar weken!

Weet je eigenlijk wat je vraagt?

Jazeker, zeg je misschien.

Ik hoop het voor je.

Vaak is het echter anders.

Laatst nam ik deel aan een vergadering. Het was goed voorbereid, zat goed in elkaar, de discussies kwamen echt van de grond.

En toch ging het niet helemaal zoals het had gemoeten.

Want de vraag was niet duidelijk.

Wat was er gebeurd?

De begroting van 2015 moest vastgesteld worden, en er moesten principiële strategische keuzes rondom het financiële beleid gemaakt worden. Twee vragen dus, die echter in een vraag terechtkwamen.

Dat leidde ertoe dat er een ingrijpende strategische keuze gemaakt werd (goed).

Maar tegelijkertijd werd besloten dat dat al voor de begroting van 2015 moest gelden (onmogelijk).

Wat was er misgegaan?

Wat als voorbeeld bedoeld was (3 versies van de begroting) werd tot de echte keuze.

Boosdoener was dus de onduidelijke vraagstelling, waardoor de discussie over iets ging wat eigenlijk niet kon.

Dat was niet meer te stoppen. De voorzitter deed weliswaar pogingen, maar dat werd door de groep niet meer geaccepteerd. Men hamerde op de oorspronkelijke vraag.

Het is duidelijk: groepen zijn moeilijk van hun pad af te brengen.

Dat is een vaak voorkomend groepsdynamisch proces, in dit geval in gang gezet door een onduidelijke vraagstelling.

Het is net als bij een wandeling: als je vanaf het begin verkeerd loopt, kom je niet aan op je bestemming.

Soms moet je je vraag opsplitsen, worden het twee wandelingen achter elkaar.

In deze vergadering was dat handiger geweest: Een vraag rondom de begroting, en een vraag rondom de strategische keuzes.

Maar vergis je niet: deze fout gebeurt heel makkelijk!

Ook ik had eerst niet door wat er niet goed was gegaan. Pas achteraf werd het me duidelijk.

Wat zijn de juiste stappen?

1. Wees je ervan bewust de dat de vraag die je stelt allesbepalend is

  • Jouw insteek bepaalt de rest van het gesprek.
  • Hoe groter de groep, hoe belangrijker dat is.

2. Bereid je goed voor

  • Waarover moet gesproken worden?
  • Waar wil je naartoe?
  • Wat is het doel van de bespreking? (Een besluit? Informatieuitwisseling? Een verkenning?)
  • Wat is dus de taak van de groep en van jou?

3. Formuleer je vraag heel zorgvuldig

  • Formuleer je vraag. Is dat echt wat je wil weten, leidt het tot het doel?
  • Soms moet je twee gescheiden vragen stellen
    • per discussie bespreek je maar een vraag. Nooit twee vragen tegelijk!
  • Check goed: heb je de juiste woorden gekozen?
  • Stel je vraag duidelijk aan het begin van de discussie.
  • Zorg ervoor dat de vraag tijdens de hele discussie zichtbaar blijft
    • bijvoorbeeld met een handout
    • of in je presentatie.
  • Stuur zonodig bij, leid de groep terug naar de vraag.

Zo zorg je ervoor dat het gesprek gaat over waar het echt over moet gaan.

 

 

Keuzes maken: Dat moet je weten!

Naomi kwam bij mij omdat zij niet kon kiezen tussen meerdere opties.

Ze benoemde elk voordeel en elk nadeel van alle mogelijkheden.

En benadrukte dat het rationeel gezien toch veel verstandiger was om voor optie B te kiezen.

Ik kreeg het gevoel dat dat zij niet gelukkig zou worden met B, en ik vroeg haar: hoe maak je normaal gesproken je keuzes, rationeel of meer intuitief-emotioneel?

Rationeel, zei ze zonder aarzelen.

En hoe pakt dit meestal uit?

Ze stokte even en zei vervolgens: niet goed. Maar het is toch de enige manier om te kiezen?

Hoe maak jij je keuze?

Ben jij ook niet gelukkig met je keuzes?

Of twijfel je regelmatig of je keuze nou juist was?

Dat zou heel goed kunnen liggen aan de manier waarop je keuzes maakt.

Wat ik vaak zie gebeuren:

1. Mensen die intuïtief en emotioneel kiezen.

2. Mensen, die rationeel kiezen.

3. Mensen die de weg van de minste weerstand gaan.

4. Mensen die kiezen omdat hun omgeving dat zo wil.

5. Mensen die het toeval laten bepalen.

Voor alle 5 manieren valt iets te zeggen.

1. Je intuïtie is vaak een goede graadmeter.
Maar niet altijd.

2. Je verstand weet veel.
Maar je hebt ook emoties, of je dat nou wil of niet. En die luisteren niet naar je verstand.

3. Op de korte termijn is de makkelijke weg, inderdaad, makkelijk.
Maar hoe is dat op de langere termijn?

4. Aansluiten bij je omgeving kan je zekerheid geven.
Maar misschien raak je jezelf kwijt.

5. Het toeval creëert soms mogelijkheden waar je zelf niet op was gekomen.
Maar wat als het niet bevalt?

Dit is geen pleidooi voor het kiezen van een bepaalde strategie.

Het is een pleidooi voor het mengen van strategieën.

Dus:

Ben jij heel rationeel?

Dan is het verstandig om je emoties te onderkennen:

  • Wat vind je van een keuze?
  • Hoe voelt het?
  • Verheug je je erop?
  • Of moet je een beetje zuchten bij de gedachte?
  • Wordt je meer gespannen bij de ene of bij de andere optie?

Ben jij heel emotioneel?

Dan is het een opluchting om ook je verstand te gebruiken:

  • Wat zijn de feiten?
  • Wat zijn de concrete gevolgen van elke keuze? Wil je dat?
  • Wat zijn de reële mogelijkheden?

Ga jij de weg van de minste weerstand?

Kijk dan ook even naar de langere termijn:

  • Wat zijn de voor- en nadelen op de korte termijn?
  • Wat zijn de voor- en nadelen op de lange termijn?
  • Wat is realistisch en verstandig?
  • Wat vind je ervan, hoe voelt het?

Sluit je aan bij wat andere vinden? Of laat je het toeval kiezen?

  • Wat vind je zelf?
  • Onderzoek dit door alle vragen te stellen die in dit artikel genoemd zijn.

De oplettende lezer heeft het natuurlijk door: als je een voorkeursstijl hebt om keuzes te maken, en deze keuzes niet goed uitpakken, maak dan gebruik van de andere strategieën.

Doe niet meer van hetzelfde, maar meer van het tegenovergestelde.

Geen strategie is beter of slechter. Combineer ze. Dan wordt 1 + 1 = 3.

Vind je het nog steeds lastig om een goede keuze te maken?

Ik kan je helpen om erachter te komen wat je wil en kunt.

Mail me nu!