Waarom nietsdoen zo belangrijk is

Hannah besteedt werkelijk elk moment van de dag nuttig. Ze begint de dag met een rondje hardlopen, terwijl ze een podcast over slim werken luistert. Vervolgens ontbijt ze, alvast door haar mails scrollend. Ze fietst vervolgens, nee, ze vliegt naar haar kantoor. Ook ’s avonds werkt ze door, of ze spreekt af met vrienden. Ze is altijd bezig, en ze is altijd efficiënt.

Op papier lijkt het allemaal uitstekend te gaan. Maar de realiteit is anders: Hannah wordt steeds gespannener, maakt meer fouten en loopt vast in zaken. Relativeren lukt niet meer, en ook haar creativiteit en scherpte nemen af. De problemen op haar werk groeien, tot ongenoegen van haarzelf en haar collega’s.

Waarom nietsdoen zo belangrijk is

Misschien is het je ook al opgevallen: de beste ideeën heb je op de raarste plekken: onder de douche of tijdens het boodschappen doen. Dat is geen toeval. Het heeft met de werkwijze van onze hersenen te maken.

Deze hebben drie functies: Het reflexbrein, het oudste gedeelte van onze hersenen, functioneert alleen in het hier en nu. Het omvat alle ervaringen van al je zintuigen, reageert razend snel en puur instinctief.

Met het denkende brein voeren wij complexe en abstracte taken uit, bijvoorbeeld het schrijven van een pleitnota. Dat gaat langzaam, want ons denkende brein kan maar een ding tegelijk.

Alle informatie van het reflexbrein en het denkende brein moet daarna verwerkt worden, en dat doet het archiverende brein. Het is verantwoordelijk voor het filteren, ordenen, vergelijken en opslaan van informatie. Dit gebeurt alleen als het denkende brein niet of nauwelijks actief is, vooral tijdens het slapen, maar ook als je pauze maakt of onder de douche staat.

Deze ‘lege’, archiverende momenten heb je nodig om te vermijden dat je mentaal overvoed, overprikkeld en oververmoeid raakt. En ze maken aha-momenten mogelijk: alleen als het archiverende brein actief is, kunnen alle puzzelstukjes bij elkaar komen.

Dus: Staar soms uit het raam, ga even alleen wandelen, stop je telefoon weg als je op de trein wacht. Zorg voor ruimte om te mijmeren, om te niksen.

Toen Hannah meer momenten inbouwde waarin ze haar gedachtes vrij liet lopen, merkte ze al snel het verschil: “Ik ben minder geïrriteerd en kan beter relativeren. Ook komt mijn creativiteit terug: Gisterochtend had ik opeens een lumineus idee hoe ik de zaak X kan aanpakken. Ik heb hier al zo lang over gedaan, en nu schoot het me gewoon te binnen!”

PS. Al een aantal maanden schrijf ik tot mijn grote plezier columns voor het Advocatenblad, in mijn rubriek “De beroepscoach”. Deze tekst is er een van, en je leest hem ook hier op mijn website, omdat hij voor iedereen relevant is, ook voor jou.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *